6 woordverhaal: Vormen

Kunstige vormen, uit goed hout gesneden

Als je hele dagen loopt te genieten van de natuur is het toch ook een welkome afleiding om wat cultuur, oftewel kunst te snuiven. Als dat dan tijdens de wandeling gebeurt, is het helemaal mooi. Zo werden we in Pieterburen verrast door het prachtige en vele houtsneewerk, dat daar het interieur van de Petruskerk siert. Meestal zijn de kerkjes sober ingericht, maar hier had men zich uitgeleefd aan het houtsneewerk. Knap en prachtig. Vooral zo’n boog had ik nog nooit gezien.

Bij Doldriest zie je nog meer 6 wvh over ‘vormen’.

Westerbork

Westerbork was een mooi fietsdoel. De tragische feiten zijn bij ons genoeg bekend. Toch is het goed om zo’n historisch gruwelijke plek onder de aandacht te blijven brengen. Daar staat dan ook een museum met vol aangrijpende verhalen en gebruiksvoorwerpen van doodgewone, onschuldige mensen, die men meende te moeten vermoorden. Westerbork was maar een doorgangskamp. Er was nog veel alledaags brief-en pakjesverkeer met de buitenwereld mogelijk. Des te schrijnender is de afloop.

Op een paar kilometer vanaf het museum is de open ruimte in het bos waar het barakkenkamp lag. Er staat nog maar één barak, helemaal leeg met open zijkanten, om een beeld te krijgen van de situatie toentertijd. Op een maquette in het museum zag ik de hoeveelheid, die er echt gestaan heeft.

Je ziet nog resten van de spoorlijn (nu een monument) en een treinwagon. Verder staan er om de paar meter palen, met de data van transporten met de aantallen van afgevoerde mensen per keer. Op de foto een uitkijkpost.

Je kent de feiten, maar door de opstellingen daar op de plek zelf, gecombineerd met de verhalen, komt het wel echt bij je binnen. Hoewel het toch altijd iets ongeloofwaardigs en onvoorstelbaars blijft hebben. Hoe konden mensen elkaar dit aandoen? Het is helaas echt gebeurd. Des te schrijnender is dan de tegenstelling te zien tussen de barakken en de prachtige villa, die de SS-kampcommandant van Albert Konrad Gemmeker in 1942 betrok. Het huis is gebouwd in 1939 voor de directeur van het vluchtelingenkamp, dat Westerbork toen was. Als bescherming tegen de kwetsbaarheid van het houten gebouw hebben ze er een glazen kooi omheen gebouwd. Zo is het echt een museumstuk, wat ons nog meer met de neus op de feiten drukt.

Laten we leren van de geschiedenis………………………………Maar het leven gaat door, dus wordt het terrein ook gebruikt door de sterrenwacht en staan er grote telescopen opgesteld.

Romantiek in ’t Groninger museum

Op de valreep bezochten we de tentoonstelling Romantiek in het Noorden, van Friedrich tot Turner. Het was de laatste week voor deze internationale (schilders uit Nederland, Duitsland, Scandinavië en Groot-Brittanniëoverzichtstentoonstelling van landschapschilderkunst uit de Romantiek in Noord-Europa in de periode 1800-1850.  Veel mensen hadden meivakantie, dus helaas waren we daar niet alleen.  

In de eerste zalen kwamen de dramatische landschappen met woeste zeeën, imposante bergen en vulkaanuitbarstingen erg op je af.  Men genoot in de Romantiek van het aandikken: voor mij is het dan te veel van het goede, niet zo mijn stijl. Maar gelukkig werden de werken gaandeweg  ‘gewoon romantisch’ met stille maannachten en serene uitgestrekte velden . Men liet zijn gevoel meer spreken in de schilderijen in plaats van, zoals gebruikelijk tot die tijd, een zuiver natuurgetrouwe weergave van iets te maken.  Ik heb een collage samengesteld van een stuk of wat werken, die ik mooi vond. Links een detail uit het middelste schilderij in de collage, van J.Turner. Verder A.Melbye, een vuurtoren bij Kopenhagen, J.Constable, rechtsboven en rechtsonder twee Engelse plekken bij the river Stour en the Salisbury Cathedral, C.Blechen met een Italiaans tafereel van klooster Subiato, A.Schelfhout met een Nederlands boerenerf. Van het schilderij in de nacht miste ik de naam van de schilder.

Maar Turner blijft toch een aparte. In zijn schilderijen zit wel dat wilde en soms zware, door hem zichtbaar gemaakt met zijn wilde penseelgebruik. Daardoor zie je er zijn gevoel zo in. Ookl door het kleurgebruik is zijn werk heel anders dan de anderen. Wandelend door dat mooie Groninger museum, is dat gebouw zelf zowat een schilderij.

Duvelsprie

Met groot plezier heb ik dit boek gelezen. Voor de boekpresentatie van ‘de Duvelsprie’ van Jos Bours ging ik naar het dorp van mijn jeugd. Dat kun je hier en hier lezen. Door het boek te lezen bleef ik nog dagenlang in gedachten in dat Zuid Limburgse land.  Jos heeft historische feiten vermengd met fictie. Intrigerende feiten, in de stamboom van zijn vrouw (mijn oude vriendin) inspireerden hem tot het schrijven van deze historische roman. Het verhaal speelt in de 18e eeuw in de tijd van de Bokkenrijders. Mooie sfeertekeningen brengen die tijd helemaal tot leven, het standsverschil, de armoede en rijkdom, nieuwkomers in zo’n dorp en hoe de gemeenschap ertegenaan kijkt. Meestal als je een boek leest maak je van de omschrijvingen van bijvoorbeeld de natuur of een stad of dorp al snel je eigen voorstelling in je hoofd. In dit boek wist ik steeds waar iets zich afgespeeld had. Ik ken de gebouwen of plekken, waar die huizen staan of gestaan hebben. Ik weet hoe iets geografisch ten opzichte van elkaar ligt. Dat vond ik zo leuk te ervaren. Weliswaar vond het een en ander in een andere tijd plaats, dus moest ik me wel voorstellen, dat er minder en onverharde wegen waren, minder huizen enzovoort. Maar toch gaat het over ‘mijn dorp’. Ons dialect zit door het boek heen verweven op een heel natuurlijke manier. Voor mensen, die dat niet verstaan zit er uiteraard een woordenlijst achterin het boek.

Het is Jos gelukt om de feiten, die bekend zijn, maar die op zichzelf veel vragen oproepen en zeker geen logische verbanden hebben, met zijn eigen fantasie tot een geloofwaardig en mooi verhaal aan elkaar te smeden. De tijd van toen is echt voor me gaan leven. Ik denk (nee, ik weet het zeker) dat het boek een aanrader is voor mensen, die van historische romans houden!!

Hier kun je de officiële samenvatting lezen van de Librissite:                           “Duvelsprie’ (duivels kreng) is gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit de stamboom van de vrouw van de schrijver. We schrijven het jaar 1721. Anna, een meisje van 16 en haar vriend Jean komen met hun pasgeboren zoon Joes aan in het Zuid-Limburgse Schinnen. Ze zijn op de vlucht voor schande en armoe. Bij aankomst overlijdt vader Jean plotseling. Nu moet Anna zich met haar kindje alléén zien te redden in een streng-religieuze omgeving. Waar het op dat moment onrustig is. De bevolking verarmt, ’s nachts wordt er ingebroken in kerken en grote boerderijen. De autoriteiten reageren genadeloos: in honderden processen worden honderden mensen vervolgd en ter dood gebracht, de zogenaamde bokkenrijders. De jonge moeder en haar zoontje Joes worden aanvankelijk meegesleurd in die kolkende stroom. Maar in de loop der jaren lijkt Anna greep te krijgen op haar leven. Het gaat steeds beter met haar en haar zoontje. En toch wringt er iets. Hoe meer het leven haar schenkt, hoe meer ze kwijtraakt. Dat jonge, felle meisje, die duvelsprie, die aanvankelijk alleen de weg van haar hart volgde, maakt gaandeweg berekenende keuzes, die ten koste gaan van geliefden en mensen die net zo kwetsbaar zijn als zij ooit was. Daarmee geeft ze een heel andere betekenis aan het begrip duvelsprie. Maar… had ze überhaupt andere keuzes kunnen maken in die tijd, in die omgeving- als straatarme alleenstaande moeder met een kind?

Tegenstelling: wankel – stevig

Voor de foto-uitdaging van deze week kom ik uit bij dit beeld: een hollende man met vioolkist. Er schijnt een bananenschil voor hem op de grond te liggen, las ik, maar ik zie hem zelf niet.

Het is één van een serie beelden, die door een onbekende kunstenaar zijn neergezet ergens in Amsterdam. Het zagertje is van dezelfde onbekende maker.

Op de Wikepedia-site staat het volgende over dit beeld:
De blauwe vioolspeler is een geassembleerd metalen beeld in het Tweede Marnixplantsoen bij de Raampoortbrug (brug 165) in Amsterdam. Het beeld toont een ogenschijnlijk slechts uit kledingstukken bestaande gestalte, die met een vioolkist richting Marnixstraat lijkt te rennen. Het beeld wordt ook wel Man probeert lijn 10 te halen of Man met vioolkist genoemd.[1] Het beeld, dat werd geplaatst in 1982, is een tijd weggeweest voor restauratie, waarna het blauw terugkwam.
Dit beeld is, net als de andere beelden die worden toegeschreven aan De Onbekende Beeldhouwer, in alle stilte en anoniem geplaatst. De gemeente heeft de werken in eigendom ontvangen, op voorwaarde dat de identiteit van de kunstenaar niet bekend wordt gemaakt.

Hier meer foto-uitdagingen.

De landen van Overmaas 2

Na de lunch op kasteel Terborgh liep ik, nagenoeg helemaal langs de Geleenbeek, naar het buurtschap Thull. Daar is de Alfabrouwerij gevestigd en dit was meteen de locatie voor het verdere middagprogramma.

Eerst was er een promotiefilmpje over de brouwerij. De Alfabrouwerij was sponsor van deze dag, vandaar. Ik vond het wel leuk, want ooit heeft mijn vader hier nog eens gewerkt. Hij was altijd erg te spreken over mevrouw Wies, de bazin van toentertijd, die hier levensgroot geprojecteerd aan de muur hing. Men vertelde over de bron in hun land met heel zuiver water op grote diepte, afkomstig uit de Eifel. Als kind liep ik met mijn vader in het drassige land achter de brouwerij en ik ben daar toen helemaal in paniek geraakt van het opborrelende water met zwaveldamp. In het gebouwtje linksboven op de fotocollage zit de bron. Alfa is trouwens het bier, dat wij altijd in huis hebben.

Frits Schoonbrood van het Bokkenrijdersgenootschap hield een lezing over het ontstaan van het verschijnsel Bokkenrijders. Het ontstaan van de naam bijvoorbeeld. Vaak waren er overvallen of inbraken vlak na elkaar. Maar de afstand tussen de locaties was té groot voor één groep om dat op beide plekken te doen. Het grote bijgeloof en hekserij uit die tijd zorgden ervoor, dat men dacht, dat de bokkenrijders zich per bok door de lucht verplaatsten.

Frits ging ook uitgebreid in op het grote assortiment aan martelwerktuigen, dat gebruikt werd om mensen tot een bekentenis te dwingen. Handen werden afgehakt, been- en duimklemmen aangeschroefd, men werd gedwongen om op niet al te comfortabele stoelen te zitten en ga zo maar door. Gruwelijk allemaal. De dode hand is trouwens een symbool van de Bokkenrijders geworden. Door die gruwelijke praktijken van de gerechtsdienaars kan het zomaar, dat er veel meer mensen onder dwang hebben verklaard een Bokkenrijder te zijn, dan in werkelijkheid het geval was. Het verschijnsel is dus veel groter gemaakt, dan het in het echt was.

Eindelijk was Jos Bours aan de beurt. Hij vertelde bevlogen over het ontstaan van zijn historische roman “Duvelsprie”. Door genealogisch onderzoek ontdekte hij in de stamboom van zijn vrouw een paar figuren, die tot de verbeelding spraken. Het speelt in de tijd van de Bokkenrijders én in Schinnen. Bekende historische feiten zijn gecombineerd met Jos’ fantasie. Samen met zijn vrouw zorgde hij voor de muzikale omlijsting. Zijn zelfgeschreven lied, werd gezongen door haar en Jos begeleidde op de accordeon. Prachtig!En toen kon ik eindelijk het boek kopen en volgde de signeersessie!

De landen van Overmaas

Het zou een bijzondere dag worden. Wakker worden in het Zuid Limburgse land is al speciaal. Na het ontbijt ging de rugzak weer om en stak ik de weg over om een klein  landweggetje in te slaan. Het was genieten daar in die vroege ochtend met de geuren van de meidoorn in de heg en van een maretak die ook niet weg te denken is in dit glooiende landschap. Ik liep het bos in daalde meteen flink naar beneden. Na een lichte bocht lag kasteel Terborgh opeens voor me. Ooit onze trouwlocatie, maar vandaag behoorde ik tot de genodigden van een aantal evenementen, die o.a. op dit kasteel plaats zouden gaan plaatsvinden.

Eerst werd Schinnen officieel tot de tweede Bokkenrijdersgemeente van Limburg uitgeroepen.  Daarvoor moesten we wat toespraken aanhoren en werd buiten de vlag gehesen met tromgeroffel van een groepje van het Bokkenrijdersgenootschap. Helaas heb ik daar geen foto’s van. Ook een fietsroute langs Bokkenrijderslocatie werd gepresenteerd. De gemeente wilde met zo’n officiële bijeenkomst hun dorp in de markt zetten. Voor de toeristenbranche is het aantrekkelijk, als er allerlei activiteiten zijn.

Toevallig speelt de nieuwe historische roman van Jos Boers zich af in deze contreien en in de tijd van de Bokkenrijders. Zijn boekpresentatie,waarover later meer, paste mooi in het geheel. Vandaar mijn aanwezigheid hier.

Terborgh had toentertijd een gevangenis en er werd ook gemarteld. Veel beoogde Bokkenrijders zijn hier berecht. De ergste misdadigers werden opgehangen op de Galgenheuvel op de Danikerberg, niet heel ver hiervandaan.

Het waren roerige tijden in het begin van de 18e eeuw in dit gebied, de landen van Overmaas. De bevolking ging gebukt onder bijgeloof en een partijdig rechtssysteem, die niet altijd even fijne middelen gebruikte om tot een veroordeling te komen. Genoeg sporen doen nog denken aan die tijd, vandaar dat ze tegenwoordig wat uit de vergetelheid worden gehaald. Ik was me in mijn jeugd heel bewust van het feit dat er Bokkenrijders geleefd hadden in ons dorp. De tastbare bewijzen waren er, zoals ondergrondse gangen op diverse boerderijen en de gevangenis op Terborgh en dat sprak uiteraard tot de verbeelding.  De galgenheuvel, waar de ergste misdadigers werden opgehangen was op de Danikerberg, dus niet heel ver. Er hing wel altijd een zweem van geheimzinnigheid over die verhalen. Wat was er waar en wat niet? Misschien krijg ik daar vandaag antwoord op. Niet op Terborgh want het gezelschap ging verkassen naar een andere locatie, na een genoeglijk samenzijn.

Helen

Mijn schilderlessen zitten er op. Met spijt in het hart ga ik weg bij Helen, mijn lerares. Ze heeft mij op heel inspirerende wijze laten kennismaken met verschillende teken -en schilder-technieken, zodat ik zelf thuis ermee verder kan. Zoals veel mensen, roep ik  altijd, dat ik niet kan tekenen (en dat is ook zo). Toch vind ik het leuk om te doen. Ik hoef heus geen succesvolle kunstenaar te worden. Het gaat mij om de bezigheid zelf, je heerlijk kunnen verliezen in het maken van iets. Met wat kennis van materiaalgebruik gaat dat iets makkelijker. De afgelopen maanden werd ik op de maandagmorgen helemaal uit mijn comfortzone gehaald en heb dingen nagetekend en gemaakt, die ik niet voor mogelijk hield dat ik het zou kunnen. Ik kan het dan ook niet echt. Alles wat ik maak, houdt bij mij een primitieve uitstraling. Mijn laatste werkstuk is daar een uitgesproken voorbeeld van. De bovenste foto was het stilleven, dat als onderwerp moest dienen: een echte stinkende vis op een Italiaans bord. 

Dit is wat ik ervan gemaakt heb, geschilderd met acrylverf. Ik noem hem ‘de zwevende makreel’.

Ik moet en kan nog veel leren!

Noord

De debuutroman van Sien Volders heb ik met veel plezier gelezen. Het gaat over een edelsmid, Sarah, die vanuit Vancouver naar het noorden van Canada trekt. Om de rust te vinden om tot een belangrijk besluit over haar werk te komen, strijkt ze neer in een voormalig goudzoekersstadje. Daar ontmoet ze een vrouw Mary met wie ze verwantschap voelt en ze sluit vriendschap met twee mannen Jacob en Adam. Op de laatste wordt ze verliefd.

De sfeer van leven in het hoge noorden, de ongereptheid van de natuur in de zomer naast de onherbergzaamheid en het ruige bestaan in de strenge winters wordt goed neergezet.

Het hoofdthema is eigenlijk de parallel in de levens van Sarah en Mary, de innerlijke strijd over de keuze tussen artistieke vrijheid en commercie. De schrijfster heeft een heldere schrijfstijl, veel korte zinnen, onderverdeeld in hoofdstukken, die niet al te lang zijn. Dat maakt het, tenminste voor mij, prettig leesbaar. De sfeer in het boek wordt o.a. vergeleken met boeken van  Annie Proulx . Dat vind ik ook mooie boeken, dus het moge duidelijk zijn: ik vind dit een mooi boek, zeker een aanrader.

Hoe alles moest beginnen

Een mooi boek van Thomas Verbogt. Zijn prachtige heldere schrijfstijl zorgt ervoor, dat je meteen in het verhaal zit. Het sleept je mee, je wil weten hoe het afloopt. Ik hoopte op een happy end, maar het liep anders. Ik genoot van dit boek.

Thomas en Licia gaan als kinderen met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet. Aan hun tijd samen komt abrupt een einde. Ze moeten elkaar loslaten, maar kunnen dat niet. We volgen Thomas en Licia daarna als twintigers, veertigers en zestigers. Zij blijven verbonden, ook als zij elkaar jaren niet zien. Toch zal het bijna een leven lang duren voordat Thomas begrijpt wat haar voorgoed veranderde. Hoe alles moest beginnen is een indrukwekkende roman over de liefde, de tijd, en de kracht van het verzinnen.