Zomaar een mooi gedicht

Zonder

Zo stil is het, dat de dingen

Willen spreken.

Ze spreken voor zich, en zeggen

Niets meer.

 

Zo stil is het, dat de dingen

Gevangen zijn in zichzelf.

Zo mooi, om hun naaktheid

Een raadsel,

Geruisloos

 

Waar ben je?

Zo stil en alleen, de dingen.

Ze leven zonder je.

Ze zijn zomaar

zo

Gedicht van Iris Le Rütte uit de bundel ‘Ik dicht je bij me”.

 

Op de koffie

Het gebeurt niet elke dag, dat ik op bezoek ga in een meisjesschool. In de letterlijke betekenis zullen meisjesscholen wel niet meer bestaan in Nederland. Dus kan deze meisjesschool alleen maar het woonhuis zijn van medeblogster Thérèse en haar man. We gingen een ets kopen, maar bleven onder het genot van een kopje koffie gezellig plakken. In Thérèse’s atelier in één van de vroegere klaslokalen hebben we nog veel meer etsen en ander werk bewonderd. Thérèse weet dieren, maar ook mensen echt treffend op papier te krijgen. En dan nog wel op een etsplaat!  Ze is bezig met een serie etsen van dieren uit Artis. Zo mooi!  Ik heb geen foto’s gemaakt, maar kan wel de gekochte ets laten zien, die Thérèse ‘Boeli laptopt’ heeft genoemd. Ze heeft het typische kattengedrag van haar kat Boeli (lekker lopen en gaan zitten, precies bovenop iets, dat je wil lezen of zien) zo prachtig weergegeven. En dan die staart zo subtiel weerspiegelt in de laptop, prachtig! We hadden een genoeglijke middag en ik ben heel blij met de ets!

En de dag kleurde rose…………………

Met het oog op de gebeurtenis van vandaag kocht ik deze rose pioenrozen. Roze is normaliter niet zo erg mijn kleur, maar nu moesten ze juist speciaal rose zijn. Het is vandaag namelijk 2e pinksterdag en deze dag was jarenlang gekoppeld aan Pinkpop. Het muziekfestival was vroeger maar één dag en wel op pinkstermaandag.  In de beginjaren van dit festijn ben ik er dan ook een aantal jaren heen geweest getuige ook deze sticker op een oude schoolagenda. En op deze pinkstermaandag in 2017 ging ik wéér naar Pinkpop. Ditmaal niet in Limburg, maar in Amsterdam. Ditmaal niet in de openlucht in het sportpark in Geleen, maar in het De la Mar theater in Amsterdam. Natuurlijk was het niet het Pinkpop van toen, maar toch! Een theatervoorstelling met muziek van mijn lievelingsband Rowwen Hèze.  Het thema van de verhaallijn was Altzheimer. Heden en verleden liep voor de hoofdpersoon door elkaar. Pinkpop was cruciaal in zijn leven geweest. Daar wist hij nog alles van, maar hij wist nauwelijks meer dat het Amsterdamse meisje, dat vroeger voor zijn vriend gekozen had nu al jarenlang zijn vrouw was. Er werd veel Limburgs gesproken en gezongen. Er was boventiteling voor degenen, die dat nodig hadden. Op de achtergrond steeds oude zwart-wit beelden van Pinkpop. Ik zocht stiekum of ik mezelf nog terug zag. Het is een prachtig geheel geworden van de sfeervolle muziek, de Limburgse geschiedenis en het levensverhaal van Wiel, de hoofdpersoon. Eigenlijk was het een middag heerlijk zwijmelen over vroeger met een tragische ondertoon.

Nu begrijp je misschien, waarom mijn dag rose kleurde. Rose is zowat het handelsmerk van Pinkpop, nu nog steeds!

Reizen per fiets

Twee totaal verschillende reisverslagen zijn het. Het gemeenschappelijke is, dat het reizen bij alle twee per fiets gebeurt.  Beiden zijn ook nogal impulsief van start gegaan, dat wil zeggen zonder noemenswaardige fietstraining. Bij de een is alle materieel tot in de puntjes verzorgd en zelfs afgestemd op kleur (rose) maar bij de ander is er op het laatste moment een tweedehands racefiets aangeschaft voor €95,-. Ze hebben allebei hun fietsdoel bereikt, dat was voor de een Rome en voor de ander het orakel van Delphi in Griekenland. Maar de benadering van hun ervaringen onderweg, het genot van onderweg zijn, het afzien, de natuur zie je op heel verschillende wijze terug in de boeken. Ilja Leonard Pfeiffer heeft een filosofische insteek met zijn reisverslag. Een boek voor fietsers, dromers en voor alle mensen die beseffen dat je meer leert van een moeizame beklimming dan van een makkelijke afdaling en dat de weg belangrijker is dan het doel.

De hele tocht van Rosita Steenbeek staat in het teken van haar einddoel. De sporen van de oude geschiedenis van Grieken en Romeinen ziet ze onderweg overal in terug. Zij probeert haar bewondering voor de oude culturen over te brengen in haar reisverslag. ‘Ken uzelve,’ gebood het orakel. Nooit hadden ze gedacht daar op deze manier achter te komen. 

Ik vond beide boeken erg leuk om te lezen en ben helemaal geïnspireerd geraakt om mijn fiets eens wat vaker uit de schuur te halen.

De schuingedrukte teksten komen uit recensies op Bol.com

Lange zitbanken

Bij een wandeling door Amsterdam zagen we, dat de vele werkzaamheden die verspreid door de stad de laatste jaren een erg rommelig beeld opleverden, langzaam hun einde naderen. Bij het Centraal Station zijn alle bouwputten verdwenen. Tot mijn vreugde waren ook de stutten weg bij de gebouwen aan de Vijzelstraat. Door de bouw van de Noord/Zuidlijn was daar veel schade aan de huizen aangericht. De bouwput op straat was dicht. Systeemplaten zorgden voor een breed voetgangersgedeelte, maar de finishing touch moet daar nog wel gebeuren. Het is leuk is om te zien, dat er al wel een hele lange bank geplaatst is bij dat toekomstige station Vijzelstraat. Max Bögl, die de werkzaamheden voor de Noord/Zuidlijn daar de afgelopen jaren heeft uitgevoerd, schenkt als afscheid van de bewoners en de buurt deze zitbanken met een roestvrij stalen inleg. De inleg is voorzien van teksten van Anna Enquist die heel toepasselijk zijn op deze locatie en op alle werkzaamheden die hier zijn uitgevoerd.

Bron: Zwarts & Jansma Architects
Bank links
UIT DE KROCHTEN GEKROPEN, HET WONDER VAN TUNNELS HIERONDER DOORKRUIST?
DWARS DOOR GESCHONDEN PLAVEISEL NAAR BOVEN; HEEFT DAGLICHT JE OGEN BELEGERD, REGEN JE WANGEN GEKUST?
REIZIGER, KIJK OMHOOG EN GA ZITTEN.
PASSANT, ZET JE TAS NEER EN RUST.
Bank rechts
JE MOET MAAR DURVEN. IN DE DIEPTE RAZEN DE TREINEN EN TORSEN DE TRAPPEN HET REIZENDE VOLK.
GRAVEN EN BOREN DEED HUIZEN BEVEN; JE BALANCEERT OP EEN LEEGTE VAN DERTIG METER.
SIDDERT DE GROND NOG? STAD BOVEN STAD, LEVEN OP LEVEN, STENEN, WOLK.In 2018 zullen we gebruik kunnen maken van deze Noord/Zuidlijn. Ook onder de grond is men bezig om met allerlei kunstzinnige objecten de boel aan te kleden. Deze banken maken me erg nieuwsgierig naar de rest van dat straatmeubilair.

Voorlinden: de collectie

Vervolg op gisteren:

Het tentoongestelde werk in museum Voorlinden zou je in drie gedeeltes kunnen hakken. Alle werken die hoorden bij de tentoonstelling ‘de tussentijd’ hadden te maken met tijd en tijdsbeleving in de ruimste zin. Het was heel divers en door de toelichtende informatie kon je steeds goed mee in de gedachtegang van de kunstenaars. De collage geeft een indruk van wat er te zien was. Het voert te ver om alles toe te lichten. Maar de paardenbloem wil ik er even uit lichten. Die staat te groeien uit de muur van de museumzaal. De kunstenaar wilde doodgewoon onkruid vereeuwigen, dat altijd onder de voet wordt gelopen. Nu die paardenbloem in brons gegoten (niets van te zien)  staat, kun je zo’n plant weer als nieuw ervaren. Zelf gaan kijken is het beste. Een heel andere sfeer straalde het werk van Martin Creed uit. Veel felle kleuren, muziek en ordening zijn de rode draden door zijn werk. Martin vindt dat alles wat de mens in het dagelijks leven gebruikt kunst kan zijn. Hij wrikt de vormen los van de context en brengt er een ordening in aan. Dit is kort gezegd. Wij werden erg vrolijk van dit werk. Alles is kunst, je moet het maar bedenken!  Dan was er nog de vaste collectie van Voorlinden, eyecatchers van het zuiverste soort. Daar was de doolhof gemaakt van staal. Leuk om zelf door die mooie stalen constructie te gaan. Het zwembad, waar je van bovenaf de mensen onder water ziet en je ook van onderwater tegen de bovenrand aan kunt kijken.

 

 

 

 

 

Er was een muizenlift voor de goede observant, want die is niet groter dan 30 centimeter. Hij ging echt steeds open en dicht.  Maar het pronkstuk is toch wel het reuzen echtpaar, dat ligt te zonnen. Ik had er al zoveel foto’s van gezien, dus ik veronderstelde dat ik dit werk al kende. Maar ik vond het zo indrukwekkend, realistisch gemaakt. Ik voelde me een gluurder, die de mensen hun privacy ontnam. Ik raakte niet uitgekeken en moest dan ook gewoon van dichtbij kijken naar die huid met ouderdomsvlekken, die haartjes uit de neus en waar wij mensen zoal haargroei hebben. Het was onbeschrijfelijk natuurlijk allemaal, ook de houdingen van de lichamen, handen en voeten. Maar dat alles dan in reuzenformaat. Ik zag, dat ook de oude mens mooi is om te zien.

Verwennerij in Voorlinden

Het leek ons een uitgelezen dag om het kerstcadeau, dat we kregen van zoon en schoonzoon, te gaan verzilveren. Daarvoor togen we naar Voorlinden bij Wassenaar. Om over het o zo Engels aandoende landgoed te wandelen, was al een cadeau op zich.

De toegangskaarten waren dus al voor ons betaald. Dat verhoogde het genot misschien wel, ja want genoten hebben wij. Het museumgebouw is heel strak met veel glas. Van binnen uit lijkt buiten dan ook net een schilderij. Wat een bijzondere collectie laat dit museum zien! Daarover morgen meer.

En tot slot mochten we lunchen op kosten van onze jongens in het prachtige Engelse landhuis, dat op het landgoed ligt. Het was heerlijk. Wat een verwennerij!

De Fundatie

Het museum is echt een eyecatcher boven de stad uit. Het gebouw maakt gewoon nieuwsgierig. Wat zie ik daar voor vreemde vorm tussen het groen? Vlakbij blijkt dat ze op een classicistisch gebouw een enorme bol hebben geplaatst. Heel apart en mooi bedacht. Zeker als je dan binnen merkt dat ze met die bol er een enorme etage bij gemaakt hebben en dat je naast de tentoonstelling binnen ook nog een mooi uitzicht hebt over de stad Zwolle. Naast de keuze uit eigen collectie was de overzichtstentoonstelling van Werner Tübke (1929-2004) te zien. Hij is een van de belangrijkste schilders van de DDR. Hij schildert allegorieën met veel mensen en gebeurtenissen, soms leek zijn werk wel  een collage van allemaal bij elkaar gezochte plaatjes.. Er was enorm veel op te zien, politiek getint soms, vooral erg Oost Duits.. Ik moest aan het werk van Jeroen Bosch denken en dat kan me niet echt bekoren. Hetzelfde heb ik met deze schilderijen, soms heel groot, maar vooral heel veel en voor mij té veel om te kunnen bevatten. Ik zie ook wel de knapheid, alles is heel realistisch geschilderd tot in kleinste detail, maar ik raakte compleet verzadigd. Wat ik wel erg mooi vond waren zijn portretten. Die deden me wel wat. Ook waren er een paar van zijn tekeningen en aquarellen te zien, die een heel andere sfeer uitstraalden. Meer van dit werk is nog te zien in Kasteel Nijenhuis een afdeling die bij het museum hoort. Verder was er werk van Joseph Klibansky te bewonderen. Naast schilderijen zijn er  prints en sculpturen te zien allemaal dynamisch, fantasievol en hier en daar surrealistisch. Er waren veel sculpturen in goud uitgewerkt. Ik moet nog wennen aan deze moderne kunst. Joseph Klibansky schijnt veelbelovend te zijn, dus we zullen nog wel vaker iets zien en horen van de man. Onderstaand zaal vullend werk vond ik wel toepasselijk voor de paasdagen. Het heet ‘Leap of Faith’.

Aan de voet van de Peperbus

Mijn vrij-reizendag moest nog worden besteed vóór 15 april. Dus stapten we in de trein om Zwolle met ons bezoek te vereren. En wat is het toch een sfeervolle oude Hanzenstad. Als een stad een stadspoort heeft en nog restanten van een omwalling kan het bij mij al niet meer stuk. Ook uit latere periodes staan er mooie statige huizen. Er is vrij veel Jugendstil te zien in versieringen aan gebouwen. Kortom we kwamen niet uitgekeken, want behalve op straat hebben ze de nodige prachtige kerken, zoals de grote kerk. Die bezochten we even. Daar stond in een hoek van de kerk een kunstwerk. Ik raakte in gesprek met de kunstenares, Wilma Wilbrink. Zij legde mij uit, dat ze op allerlei verschillende locaties de flinterdunne stroken drapeert als stromend water en daarbij een stapeling van stroken maakt, net zo hoog als op die betreffende plek de zeespiegel zou zijn. Je ziet dus hoever je onder Nieuw Amsterdams Peil zit. De klei waarmee ze de stroken heeft gebakken, haalde ze uit de IJssel, waar gewerkt werd aan het veiliger maken van de rivieroevers. (Geef ruimte aan de rivier) In de bekende Peperbus was net een begrafenisdienst aan de gang, dus daar konden we niet in. Maar bij Waanders daarentegen was het genieten van de mooie manier waarop de kerk omgebouwd is tot boekwinkel. Mooie oude vondsten heeft men gewoon laten zitten. Na al dit moois wilden we nog naar museum de Fundatie, want daar kwamen we eigenlijk voor naar Zwolle. Morgen verder hierover.

Ed en Daan

Ik kan nooit meer gewoon naar foto’s en films van Ed van der Elsken kijken. Voorafgaand aan ons museumbezoek van de tentoonstelling over Ed van der Elsken keken we op TV naar de documentaire die een vriend van zijn zoon Daan heeft gemaakt over de zoektocht naar de invloed van de beroemde vader op zijn leven. Hij heeft al 15 jaar last van depressies en ging op zoek naar oorzaken buiten de genetisch bepaalde. Daarvoor kwam hij terecht bij de vrije opvoeding, die zij kregen en vooral bij zijn vader waar hij zich geen knuffel van kan herinneringen. Samen met de vriend keek Daan terug naar oude filmfragmenten, die hij nooit had willen terugzien. Van hem, zijn zusje en moeder is enorm veel op film gezet door vader Ed. Toen zag hij, dat er wel geknuffeld werd. Hij had dat niet goed in zijn geheugen zitten, maar je zag ook dat alles op die films op effectbejag ging. Ed commandeerde de kinderen over wat ze even leuk moesten doen. Alles was buitenkant, wat was er echt? Alles stond in dienst van het werk van Ed, de beroemde vader,. Ik vond het triest om te zien hoe de zoon leed onder zijn ziekte en hij leed er op zijn beurt onder te zien wat zijn gedrag teweeg bracht bij zijn eigen dochter. Ik vond het frappant dat hij nu ook de film kiest als middel om met zijn ziekte in het reine te komen.

In het Stedelijk Museum was het enorm druk in de zalen waar de foto’s hingen van de beroemde fotograaf. Overal waren ook films te zien. Het was erg onrustig door de drukte.  Ik heb zijn werk altijd bewonderd, maar vooral naar de films kijk ik nu anders. Ed van der Elsken was erg van zichzelf overtuigd. Hij werd natuurlijk door iedereen in de zestig, zeventig en tachtiger jaren op een voetstuk geplaatst. Het was in die tijd heel bijzonder wat hij deed. Maar nu zie ik dat elke medaille zijn keerzijde heeft. Thuis heb ik in alle rust het fotoboek ‘I Love you’ doorgebladerd. Hij was een fantastisch fotograaf, dat blijft zo.