Duvelsprie

Met groot plezier heb ik dit boek gelezen. Voor de boekpresentatie van ‘de Duvelsprie’ van Jos Bours ging ik naar het dorp van mijn jeugd. Dat kun je hier en hier lezen. Door het boek te lezen bleef ik nog dagenlang in gedachten in dat Zuid Limburgse land.  Jos heeft historische feiten vermengd met fictie. Intrigerende feiten, in de stamboom van zijn vrouw (mijn oude vriendin) inspireerden hem tot het schrijven van deze historische roman. Het verhaal speelt in de 18e eeuw in de tijd van de Bokkenrijders. Mooie sfeertekeningen brengen die tijd helemaal tot leven, het standsverschil, de armoede en rijkdom, nieuwkomers in zo’n dorp en hoe de gemeenschap ertegenaan kijkt. Meestal als je een boek leest maak je van de omschrijvingen van bijvoorbeeld de natuur of een stad of dorp al snel je eigen voorstelling in je hoofd. In dit boek wist ik steeds waar iets zich afgespeeld had. Ik ken de gebouwen of plekken, waar die huizen staan of gestaan hebben. Ik weet hoe iets geografisch ten opzichte van elkaar ligt. Dat vond ik zo leuk te ervaren. Weliswaar vond het een en ander in een andere tijd plaats, dus moest ik me wel voorstellen, dat er minder en onverharde wegen waren, minder huizen enzovoort. Maar toch gaat het over ‘mijn dorp’. Ons dialect zit door het boek heen verweven op een heel natuurlijke manier. Voor mensen, die dat niet verstaan zit er uiteraard een woordenlijst achterin het boek.

Het is Jos gelukt om de feiten, die bekend zijn, maar die op zichzelf veel vragen oproepen en zeker geen logische verbanden hebben, met zijn eigen fantasie tot een geloofwaardig en mooi verhaal aan elkaar te smeden. De tijd van toen is echt voor me gaan leven. Ik denk (nee, ik weet het zeker) dat het boek een aanrader is voor mensen, die van historische romans houden!!

Hier kun je de officiële samenvatting lezen van de Librissite:                           “Duvelsprie’ (duivels kreng) is gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit de stamboom van de vrouw van de schrijver. We schrijven het jaar 1721. Anna, een meisje van 16 en haar vriend Jean komen met hun pasgeboren zoon Joes aan in het Zuid-Limburgse Schinnen. Ze zijn op de vlucht voor schande en armoe. Bij aankomst overlijdt vader Jean plotseling. Nu moet Anna zich met haar kindje alléén zien te redden in een streng-religieuze omgeving. Waar het op dat moment onrustig is. De bevolking verarmt, ’s nachts wordt er ingebroken in kerken en grote boerderijen. De autoriteiten reageren genadeloos: in honderden processen worden honderden mensen vervolgd en ter dood gebracht, de zogenaamde bokkenrijders. De jonge moeder en haar zoontje Joes worden aanvankelijk meegesleurd in die kolkende stroom. Maar in de loop der jaren lijkt Anna greep te krijgen op haar leven. Het gaat steeds beter met haar en haar zoontje. En toch wringt er iets. Hoe meer het leven haar schenkt, hoe meer ze kwijtraakt. Dat jonge, felle meisje, die duvelsprie, die aanvankelijk alleen de weg van haar hart volgde, maakt gaandeweg berekenende keuzes, die ten koste gaan van geliefden en mensen die net zo kwetsbaar zijn als zij ooit was. Daarmee geeft ze een heel andere betekenis aan het begrip duvelsprie. Maar… had ze überhaupt andere keuzes kunnen maken in die tijd, in die omgeving- als straatarme alleenstaande moeder met een kind?

De landen van Overmaas 2

Na de lunch op kasteel Terborgh liep ik, nagenoeg helemaal langs de Geleenbeek, naar het buurtschap Thull. Daar is de Alfabrouwerij gevestigd en dit was meteen de locatie voor het verdere middagprogramma.

Eerst was er een promotiefilmpje over de brouwerij. De Alfabrouwerij was sponsor van deze dag, vandaar. Ik vond het wel leuk, want ooit heeft mijn vader hier nog eens gewerkt. Hij was altijd erg te spreken over mevrouw Wies, de bazin van toentertijd, die hier levensgroot geprojecteerd aan de muur hing. Men vertelde over de bron in hun land met heel zuiver water op grote diepte, afkomstig uit de Eifel. Als kind liep ik met mijn vader in het drassige land achter de brouwerij en ik ben daar toen helemaal in paniek geraakt van het opborrelende water met zwaveldamp. In het gebouwtje linksboven op de fotocollage zit de bron. Alfa is trouwens het bier, dat wij altijd in huis hebben.

Frits Schoonbrood van het Bokkenrijdersgenootschap hield een lezing over het ontstaan van het verschijnsel Bokkenrijders. Het ontstaan van de naam bijvoorbeeld. Vaak waren er overvallen of inbraken vlak na elkaar. Maar de afstand tussen de locaties was té groot voor één groep om dat op beide plekken te doen. Het grote bijgeloof en hekserij uit die tijd zorgden ervoor, dat men dacht, dat de bokkenrijders zich per bok door de lucht verplaatsten.

Frits ging ook uitgebreid in op het grote assortiment aan martelwerktuigen, dat gebruikt werd om mensen tot een bekentenis te dwingen. Handen werden afgehakt, been- en duimklemmen aangeschroefd, men werd gedwongen om op niet al te comfortabele stoelen te zitten en ga zo maar door. Gruwelijk allemaal. De dode hand is trouwens een symbool van de Bokkenrijders geworden. Door die gruwelijke praktijken van de gerechtsdienaars kan het zomaar, dat er veel meer mensen onder dwang hebben verklaard een Bokkenrijder te zijn, dan in werkelijkheid het geval was. Het verschijnsel is dus veel groter gemaakt, dan het in het echt was.

Eindelijk was Jos Bours aan de beurt. Hij vertelde bevlogen over het ontstaan van zijn historische roman “Duvelsprie”. Door genealogisch onderzoek ontdekte hij in de stamboom van zijn vrouw een paar figuren, die tot de verbeelding spraken. Het speelt in de tijd van de Bokkenrijders én in Schinnen. Bekende historische feiten zijn gecombineerd met Jos’ fantasie. Samen met zijn vrouw zorgde hij voor de muzikale omlijsting. Zijn zelfgeschreven lied, werd gezongen door haar en Jos begeleidde op de accordeon. Prachtig!En toen kon ik eindelijk het boek kopen en volgde de signeersessie!

De landen van Overmaas

Het zou een bijzondere dag worden. Wakker worden in het Zuid Limburgse land is al speciaal. Na het ontbijt ging de rugzak weer om en stak ik de weg over om een klein  landweggetje in te slaan. Het was genieten daar in die vroege ochtend met de geuren van de meidoorn in de heg en van een maretak die ook niet weg te denken is in dit glooiende landschap. Ik liep het bos in daalde meteen flink naar beneden. Na een lichte bocht lag kasteel Terborgh opeens voor me. Ooit onze trouwlocatie, maar vandaag behoorde ik tot de genodigden van een aantal evenementen, die o.a. op dit kasteel plaats zouden gaan plaatsvinden.

Eerst werd Schinnen officieel tot de tweede Bokkenrijdersgemeente van Limburg uitgeroepen.  Daarvoor moesten we wat toespraken aanhoren en werd buiten de vlag gehesen met tromgeroffel van een groepje van het Bokkenrijdersgenootschap. Helaas heb ik daar geen foto’s van. Ook een fietsroute langs Bokkenrijderslocatie werd gepresenteerd. De gemeente wilde met zo’n officiële bijeenkomst hun dorp in de markt zetten. Voor de toeristenbranche is het aantrekkelijk, als er allerlei activiteiten zijn.

Toevallig speelt de nieuwe historische roman van Jos Boers zich af in deze contreien en in de tijd van de Bokkenrijders. Zijn boekpresentatie,waarover later meer, paste mooi in het geheel. Vandaar mijn aanwezigheid hier.

Terborgh had toentertijd een gevangenis en er werd ook gemarteld. Veel beoogde Bokkenrijders zijn hier berecht. De ergste misdadigers werden opgehangen op de Galgenheuvel op de Danikerberg, niet heel ver hiervandaan.

Het waren roerige tijden in het begin van de 18e eeuw in dit gebied, de landen van Overmaas. De bevolking ging gebukt onder bijgeloof en een partijdig rechtssysteem, die niet altijd even fijne middelen gebruikte om tot een veroordeling te komen. Genoeg sporen doen nog denken aan die tijd, vandaar dat ze tegenwoordig wat uit de vergetelheid worden gehaald. Ik was me in mijn jeugd heel bewust van het feit dat er Bokkenrijders geleefd hadden in ons dorp. De tastbare bewijzen waren er, zoals ondergrondse gangen op diverse boerderijen en de gevangenis op Terborgh en dat sprak uiteraard tot de verbeelding.  De galgenheuvel, waar de ergste misdadigers werden opgehangen was op de Danikerberg, dus niet heel ver. Er hing wel altijd een zweem van geheimzinnigheid over die verhalen. Wat was er waar en wat niet? Misschien krijg ik daar vandaag antwoord op. Niet op Terborgh want het gezelschap ging verkassen naar een andere locatie, na een genoeglijk samenzijn.

Op zoek naar mijn roots (6) Asselt

Mijn voorvaderen zijn waarschijnlijk handwerkslieden geweest van het meest eenvoudige soort . Namen vinden is niet meer zo heel ingewikkeld tegenwoordig, maar om iets te weten te komen over het leven, dat ze toen leiden, dat is vrij moeilijk. Nu had ik gelezen over een klein museumpje in Asselt, dat meer vertelt over het leven van de  gewone man van een aantal eeuwen geleden. Dus ging het vanuit Horn verder langs de Maasplassen. Asselt bleek een klein pittoresk dorpje, net een openluchtmuseum. 

De boerderijen en de kerk liggen hoog op een soort terp met de Maasplassen aan hun voeten. Het was nu winters kaal, maar zelfs dat had zijn charme. Het Dionysius kerkje of ook wel in de volksmond Rozenkerkje genoemd, heeft gedeeltes, die al uit de de Romeinse tijd stammen. Voor de liefhebber lees je hier meer over de bouw en de geschiedenis. In het dorp zie je overal borden staan met verhalen over Noormannen, die hier ooit (rond 800) aan wal zouden zijn gekomen. Uithangbordjes markeren een wandelroute. In het Rozenkerkje zit nog het zogenoemde Noormannenpoortje. In 2016 is het hele verhaal over de Noormannen ontkracht, maar de route houden ze er hier lekker in.Helaas was het Cultuur Historisch Museum gesloten, dus ben ik niets wijzer geworden over mijn familie, maar ik heb wel genoten van zo’n onbekend dorpje aan de Maas. Nu mag ik hier nog eens terug, als het museum en de kerk open zijn. 

Op zoek naar mijn roots (5) Horn

Tijdens mijn genealogische speurtocht heb ik ontdekt, dat mijn oudst bekende voorouders tot nu uit Horn afstammen. Onderweg naar familie in het uiterste zuiden van Limburg, sloegen we eerder af richting Maasplassen. We gingen eens sfeer proeven in Horn en het kasteel bekijken. Alleen van buitenaf helaas, want het wordt nog bewoond.Niet dat mijn voorouders van adel zijn, maar met een beetje fantasie kun je toch wel bedenken, dat de mensen, die rond 1650 in Horn woonden, ook al waren ze eenvoudige boeren,  naar alle waarschijnlijkheid iets met het kasteel en zijn bewoners van doen hadden. We zullen het nooit weten, maar we genoten van een rondwandeling om het kasteel heen. Het is een van de weinige nog bewaard gebleven burchten in Nederland met ringmuren. Het kasteel en zijn bewoners hebben een belangrijke rol in de geschiedenis gespeeld met name bij de opstand tegen het Spaanse  regiem en het ontstaan van de staat der Nederlanden.

In de parkachtige kasteeltuin was het goed toeven in het voorjaarszonnetje.

Je proeft er de geschiedenis, vooral rondom het kasteel en de kerk. Dat komt ook door de frisse rood-groene kleuren van luiken en deuren, die erop duiden, dat deze boerderijen bij het landgoed van de graven van Horne hebben gehoord.

Rivier

Nog pas geleden stond ik mijmerend  aan de Maas in Blerick (bij Venlo). Doordat ik mijn genealogisch onderzoek naar mijn familie zo goed als in kaart heb, weet ik nu, dat de voorvaderen van mijn moeders kant bijna allemaal in de buurt van de Maas woonden. Met woonplaatsen als Blerick, Kessel, Neer, Belfeld, Horn, Beesel, Grubbenvorst en Maasbree kun je niet ontkennen, dat ‘wij’ aan de rivier woonden. Ik hou erg van rivierlandschappen, toch een kwestie van roots? Deze week is het thema bij Stuureenfoto ‘rivieren’, dus ik zet ‘mijn rivier’ de Maas in de spotlights.

Andere rivieren zijn te bekijken bij Stuureenfoto.

Van Nonnevot en meer.

Uiteindelijk heb ik aan al mijn onrust en verlangen een einde gemaakt en ben ik afgereisd naar het zuiden. Want zoals Sjoerd terecht opmerkte, moet je erbij zijn om het echt te ervaren en dat wilde ik weer eens. Dus heb ik me helemaal ondergedompeld in de Carnavalssferen compleet met het kwelen van Limburgse carnavalsliedjes en het eten van een nonnevot. Bij en rondom de Maastrichtse optocht (de Boonte Störrem) heb ik me uitgeleefd als fotograaf. Wat deze typisch Maastrichtse sfeerfoto’s opleverde:

In de afdeling subtiel:

 

 

 

 

 

 

 

Mooie koppen zijn er te over: de maffia is goed vertegenwoordigd, maar ook sprookjesachtige verschijningen………..

Aan lol en muziek was er geen gebrek, kortom, ik heb weer genoten en de rust in mezelf is weergekeerd.

Stedje van lol en plezeer

Misschien hebben jullie de gisteravond documentaire over ’t Stedje (Venlo) op 3DOC gezien. Prachtig in beeld gebracht, dat Carnaval meer is dan drinken en gek doen. In deze documentaire/film wordt heel mooi uitgelegd hoe ik ook de kern van Carnaval voel en dat is waarom ik er elk jaar weer bij zou willen zijn. Het plezier, die saamhorigheid, de losheid, iedereen is gelijk, daar heb ik altijd zo van genoten. Een beetje drinken hoort erbij, maar het is echt geen drinkgelag voor mij. Als je in Limburg woont zit het feest ongemerkt, al ver voor de drie officiële carnavalsdagen, overal in verweven, op school, in winkels, in de versierde straten, in andere naamgeving, allerlei evenementen. Je hoeft ook helemaal niet overal aan mee te doen, maar je kunt er in het zuiden niet helemaal omheen. In tegenstelling tot het noorden. Daar merk je er niets van op een enkel Carnavalsfeestje na in een café en van die sfeer daar hou ik nu net niet. Misschien gaan meer mensen van ‘boven de rivieren’ er iets meer van snappen na het zien van deze film. 

Toevallig moest ik gisteren in dat stadje zijn, voor een droeviger aangelegenheid, namelijk een overleden tante, de laatste eer bewijzen.

Zo vlak voor Carnaval zie je dat ze daar in het zuiden al klaar zijn voor ’t grote feest. En bij mij begint ’t ook weer te kriebelen. Je kunt als Limburger wel wegtrekken uit je geboortestreek, maar daarmee haal je het Carnaval niet uit de Limburger!

‘Filmster’

In de vijfde klas van de lagere school (zou nu in groep 7 zijn) werd onze klas gevraagd om te figureren in een kinderfilm over Pietje Bel. Dat was in 1963. De filmregisseur Henk van der Linden (van de eerste Nederlandse kinderfilms) woonde in ons dorp in Zuid Limburg. Ik stond als kind vaker te kijken als er bij ons in de buurt filmopnames werden gemaakt. Ik vond het een fascinerende wereld en droomde ervan om filmregisseur te worden. Helaas heb ik het niet verder gebracht dan circuspubliek. Toen de film in 1964 in de bioscoop werd vertoond, mochten alle figuranten gaan kijken. Helaas was ik toen ziek, met als gevolg, dat ik die film zelf nooit gezien heb. Door toeval ontdekte ik, dat filmtheater Eye een filmarchief heeft en oude zwart-wit-films heeft opgeknapt en zodanig bewerkt dat ze digitaal te zien zijn. Ik waagde er een mailtje aan en ben nu in het bezit van een stream met de film ‘De wereld van Pietje Bel’.

Vanmiddag ben ik even weg geweest van deze wereld en was weer terug in mijn kinderjaren. Ik zag mezelf zitten in het publiek. Op de bovenste foto (gemaakt van mijn laptopscherm, dus geen geweldige kwaliteit) zit ik met knot onderaan de foto. Hier beneden zit ik uiterst rechtsboven in de hoek.Als de dag van gisteren weet ik nog, dat we steeds maar weer naar buiten moesten rennen en ‘brand, brand’ roepen, zonder te lachen. En dat laatste was natuurlijk de reden, dat het zo vaak over moest. Hier beneden ren ik weg naar rechts met knot en rok.

Ik kende alleen maar het verhaal van het circus en heb ook jaren gedacht dat de film ‘Pietje Bel en het circus’ heette. Maar vandaag ontdekte ik, dat het circusgedeelte maar een klein stuk van het hele verhaal is, dat zich helemaal afspeelt in Rotterdam. Dat de filmwereld maar schijn is, zie je aan opnames die gemaakt zijn in de Rotterdamse haven en het gedeelte van het circus dat is opgenomen in een oude schuur in Thull in Zuid-Limburg. Ze willen het ons doen voorkomen alsof het allemaal ergens in Rotterdam is.

Verder is het een ontzettend cliché verhaal met een ondeugend jongetje, een boze veldwachter, de nodige achtervolgingsscènes enzovoort. Vroeger zaten de kinderen bij deze films op het puntje van hun stoel, maar of het de huidige jeugd nog zo zou aanspreken als ons, vraag ik me af. De (kinder)filmwereld heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt, met de films van van der Linden aan het begin ervan.

Ongeveer 10 dagen na plaatsing van dit blog hebben ze 3 kinderfilms van Henk van der Linden op YouTube gezet en er is op de site van Eye filmmuseum een item aan Henk besteed met ook plaatsing van 3 films. Iedereen kan nu de bewegende beelden zien. Bovenstaande vind je ongeveer na 40 minuten.

https://www.eyefilm.nl/collectie/over-de-collectie/zoeken-en-kijken/dossiers/kleine-kijkers-groot-publiek-de-kinderfilms