Waar de Hunte in de Weser stroomt

De rivier de Hunte stroomt vlak langs ons logeeradres. Inmiddels hebben we al heel wat kilometers er langs gewandeld en gefietst. Het leek ons daarom leuk om de loop van dit riviertje te volgen tot waar hij in de Weser stroomt. Het werd weer een mooie fietstocht. Dit keer leek het landschap op thuis, want we fietsten over dijken met schapen en langs uitgestrekte weilanden. We zagen de Blauwe Reiger weer. Thuis hoort die zowat bij de inboedel, hier hadden we hem tot nu toe nog niet gezien.

Iets ten noorden van Elsfeth stroomt de Hunte in de Weser. Het was een apart stadje, een soort havenstad met (pak)huizen, die je in een kustplaats verwacht. Ook een monumentale toren. Die zie je in Engeland veel, maar hier verwachtte ik die niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via een brug, die maar één keer per uur dichtgaat voor de scheepvaart, zodat de fietsers en wandelaars  naar het schiereiland kunnen komen, fietsten wij weer terug langs de andere oever van de Hunte, naar huis. Het was een heerlijke fietstocht voor deze warme dag. Helaas heb ik maar een paar (slechte) foto’s, gemaakt met mijn mobiel. Ik was vergeten om de batterij van het fototoestel op te laden, helaas.

Bremen

We hebben ze gezien, die Bremer stadsmuzikanten! Maar we waren meer onder de indruk van alle pracht en praal van de rest van deze Hanzestad. De straatjes van Schnoor waren erg pittoresk. Helaas erg druk op deze vrijdag na Hemelvaartsdag.

Beter  was het in de wijk Olsetor, dat heel Berlijns aandoet. Erg gezellig daar. Dan ligt de stad ook nog aan de Weser. Op zo’n stralend warme zomerdag is het daar ook goed toeven.

Uithangbord 58

 Niet alleen een uithangbord maar ook nog een grote muurschildering aan de zijkant van dit historische pand in het centrum van Oldenburg herinnert aan Graaf Anton Gunther. Deze landheer was rond 1680 heel geliefd onder zijn onderdanen. Hij werd vereeuwigd op zijn lievelingspaard Kränich, waarvan je de staart in een schrijn in het museum voor Mens en Natuur kunt bewonderen.  Het pand is nu een hotel annex café restaurant.

Bloemen plukken

Het was negen jaar geleden vanwege allerlei omstandigheden een goede beslissing om te kiezen voor een appartement en afstand te doen van de tuin. Toch mis ik de tuin wel, zeker ’s zomers. Dat is ook één van de redenen dat wij aan woningruil doen. We proberen dan te ruilen met mensen die wél een tuin hebben. Dan kan ik in die vakantieperiodes mijn hart ophalen. Dat lukt wonderwel tot nu toe. Dit keer is de tuin wat groot uitgevallen. Het is een niet echt goed onderhouden landgoed. De eigenaresse is daarvoor té veel van huis. Daarom staat het gras nu vrij  hoog en er groeit veel ‘onkruid’ tussen. Maar dat heeft ook zijn charmes. Dus vond ik mezelf terug in het gras al madeliefjes plukkend. Het was lang geleden, dat ik dat deed. Je staat zo in de natuur, dicht bij de aarde. Klein leven in het gras, vogels fluiten boven je hoofd in de bomen. Herinneringen aan mijn kindertijd kwamen boven. Toen plukten we ook madeliefjes in de wei, maakten er bloemenkransen van voor op ons hoofd of maakten armbandjes of een ketting. Voor mama nam je dan nog een boeketje mee om in een klein vaasje te zetten. Hoe vredig kan het leven zijn. Nu ik toch bezig was plukte ik nog een flinke bos fluitenkruid langs de weg. Ik weet wel, dat morgen alles uitgevallen is, maar het is zo mooi……. voor even….

Wat groeit en bloeit

Na 200 km gefietst te hebben (verdeeld over 3 dagen) heb ik aardig idee van wat er zo groeit en bloeit op het land om Oldenburg heen. Naast bos en weilanden met sporadisch wat koeien, genoot ik van de uitgestrekte landerijen met rijtjes ingezaaid spul, waarschijnlijk mais. Later in het seizoen is dat zo allesoverheersend, maar nu vind ik die voorns een lust voor het oog. Zeker na een regenbui. In Niedersachsen zijn gebieden waar veel op tuinders gebied gebeurt. Zo zijn er heel veel Baumschulen. Het is een apart  gezicht als je daar langs fietst.

 

 

 

 

 

Ook zijn er rododendron kwekerijen.

Waarschijnlijk om de bloemenpracht beter te kunnen laten zien heeft men rododendron parken aangelegd. We fietsten er toch langs, dus gingen we even een kijkje nemen. Indrukwekkend is het aantal verschillende soorten. Ik had er geen notie van. De rododendron groeiden tussen de dennen- en sparrenbomen. Dat vond ik een verrassende, maar fraaie combinatie. Verder waren de struiken hier en daar tot bomen uitgegroeid.

Oldenburg

Wij zijn erg gecharmeerd geraakt van Oldenburg. Oud – en nieuwbouw zijn op een aardige manier met elkaar verweven. Uiteraard is er een koopgoot, maar daarnaast zijn er nog heel wat straatjes die authentiek aanvoelen. Gezellige terrassen in straatjes en op pleinen zijn er genoeg. Er is een universiteit dus is het een studentenstad. Dat zorgt in een stad voor leven in de brouwerij. Veel musea zitten in prachtige oude gebouwen, maar er zijn ook modern gebouwen’`a la Stedelijk museum. Het was ooit een ommuurde vestingstad. Daar is nog slechts de Pulvertum van over.De stad heeft grandeur. Dat heb je als er een Schloss is met Schlossplatz en een grote Schlossgarten.  Leuk om hier op fietsafstand een paar weken van te kunnen genieten.

Kleur in de stad

Een hele zonnige dag vandaag. We fietsten naar Oldenburg. Wat was het een voor ons inmiddels ongekende ervaring: er is daar nog zondagsrust. Beierende klokken, kerkgangers en stille straten. Gaandeweg de dag vorderde, stroomden de terrassen vol. Zon en warmte doet een mens goed. Ik werd blij van alle kleur in de stad. Dus heb ik deze collage gemaakt.

Zoek

Ik was tijdens de fietstocht naar Zwischenahner Meer zomaar een klein uur zoek. Ik riep tegen manlief dat ik ging stoppen om even een foto te maken. Toen ik klaar was met fotograferen, was hij in geen velden of wegen meer te bekennen. Ik had hem iets horen zeggen dat wij bordjes van route 20 aan het volgen waren. Oké, bordjes volgen kon ik ook alleen. Geen paniek. Hij zou wel ergens staan te wachten. Maar nee hoor. Tot overmaat van ramp had ik zelf een bordje gemist, dus keerde ik om op zoek naar dat bewuste nummer 20. Ik bleef goed om me heen kijken of ik hem ergens zag. Langzaam drong de ernst van de situatie tot me door. Hier stond ik dus in een vreemd land en ik had helemaal niets bij me. Mijn mobiel, mijn geld, de landkaart, alles zat op de fiets van manlief, omdat we maar één paar zijtassen hadden. Alleen mijn fototoestel hing om mijn nek. Maar daarmee is het toch moeilijk contact zoeken met iemand en kaart lezen lukt ook al niet. Nadat ik inmiddels al twee keer een stuk dezelfde route had gefietst en ook al een plattegrond had bestudeerd die ergens hing, drong het besef door, dat het mij niet ging lukken om in mijn eentje zonder kaart de 15 kilometer naar huis te fietsen. Wat nu? Als laatste poging fietste ik terug naar het punt waar ik de foto maakte…………… en daar kwam ik tot mijn grote opluchting manlief tegen. Hij had daar kleine rondjes gereden en steeds op mij gewacht. Achteraf had ik dus niet zoveel initiatief moeten nemen, maar meteen terug moeten gaan naar de laatste plek waar ik manlief ben kwijtgeraakt. Wat een gedoe………………of dat de foto waard was, vraag ik me af. Ik heb er in ieder geval wel van geleerd.