De eerste Nederlandse speelfilm, die ik dit filmseizoen ging zien. Jaren geleden las ik het gelijknamige boek van Tommie Wieringa.

Hoe geef je een filmvorm aan een geschreven verhaal, waar de hoofdpersoon niet kan spreken, maar wel gedachtes heeft en iets wil met zijn leven. Het is eigenlijk door de schrijver bedoeld als een mythe. De hoofdpersoon Fransje is een aan de rolstoel gekluisterde jongen, die niet kan praten. Daan Buringa is een fantastisch acteertalent, die ook in het echt gehandicapt is, hoewel hij wel kan praten en zelfs op de toneelschool zit.
Het is mooi hoe de vriendschap ontstaat en groeit met Joe Speedboot, een nieuwkomer in het dorp. In 2010 las ik het boek en dat ga ik nu, uit enthousiasme voor de film opnieuw lezen. Dat doe ik bijna nooit, een boek twee keer lezen, hoewel ik vaak al snel weer vergeten ben wat ik gelezen heb. Maar nu wil ik begrijpen hoe je een film kunt maken van een boek. Tommie Wieringa was tevreden over het resultaat. Het is natuurlijk nooit helemaal hetzelfde, maar dat is logisch, als je maar recht doet aan het verhaal en daar is de regisseur dichtbij gebleven, volgens de auteur.

Over dat verhaal: in Lomark, een dorpje ergens in het oosten van Nederland, sluit Fransje Hermans (Buringa), nadat hij onder een maaimachine is beland en uit een coma ontwaakt, vriendschap met Joe Speedboot (Tobias Kersloot), een nieuwe verschijning die de boel flink komt opschudden in het slaperige plaatsje. Een jongen gek van motoren, mechanica en snelheid. De vriendschap met de in een rolstoel zittende, niet pratende Fransje komt als vanzelf. Een broederverbond, dat natuurlijk alleen verbroken kan worden door een meisje, PJ (QiQi van Boheemen).
Ik zag het interview op tv. Lijkt me een interessante film. Kan Wieringa als schrijver wel waarderen.
LikeLike
Ik zag het interview bij Eva, maar heb het boek nooit gelezen.
LikeLike