Genealogie

In de ban van mijn voorouders besloot ik een cursus Genealogie te gaan volgen. Ik was er al langer af en toe mee bezig, maar nu heb ik veel meer tijd. Dat heb je wel nodig, als je op onderzoek uit gaat. Maar hoe pak je het nou goed aan, wat zijn wegen, die je kunt bewandelen. Dat zijn een paar vragen, die ik heb. Tot nu toe rommelde ik maar wat aan, maar gisteren had ik mijn eerste les. Ik vind het heel erg interessant en leuk met als gevolg, dat ik nu helemaal niet meer achter die computer weg te slaan ben. Vannacht was het opeens 1 uur, maar ik heb wel al voorouders tot in de 6e generatie teruggevonden. Dat smaakt naar meer!  Het werkt verslavend!!

43 jarig jubileum

Onze trouwdag was anderhalve week geleden. Door allerlei omstandigheden verplaatsten we het vieren van ons 43 jarig huwelijksjubileum naar gisteren. 43 is geen mooi getal zoals 40 of 45, maar het is natuurlijk wel weer een jaar erbij. Dit laatste klinkt misschien wat zwaar, alsof we ons erdoor heen moeten slepen, maar zo is het niet. We zijn nog steeds heel blij met elkaar, hoewel het soms hard werken is. Het gaat niet altijd vanzelf, als je het geen ingedutte boel wil laten worden. Dus ook van belang om er weer even bij stil te staan, dat het ons gegund is om al zolang samen gelukkig te zijn. Dat deden we gezellig met onze kinderen. Na een aperitiefje thuis, gingen we naar Purmerend uit eten. Het werd een gezellige avond. Wij genoten weer erg van het samenzijn met elkaar.

Bron: tekening van Peter van Straaten uit de bundel: ‘Hoezo oud?’ (confronterend of realistisch cadeau van onze kinderen?)

Genderneutraal

Overal in de media heeft men het over genderneutraal. De Hema, die in de winkels aanpassingen gaat doen, het gedoe over openbare toiletten en zo meer. Als ik terugdenk aan de tijd, dat wij onze kinderen opvoedden, deden we dat eigenlijk behoorlijk genderneutraal. In de 80er jaren waren we erg met roldoorbrekend denken bezig. In de opvoeding van onze kinderen zag je dat ook terug. Mijn man werd huisman(1980), ik werd kostwinner. Onze zoon, de oudste, kreeg geen blauwe wieg, maar een wiegbekleding van een klein bloemetjesstof, dat later ook weer voor mijn dochter gebruikt werd. We hadden geen specifiek jongens of meisjes speelgoed, alles was voor iedereen.

Op mijn werk waren we toentertijd bezig om leerkrachten bewust te laten worden, hoe rolbevestigend je bezig was. Daardoor kregen jongens en meisjes minder gelijke kansen. Vanuit de gemeente heb ik zelfs nog eens mee gewerkt aan het opstellen van lessen over dat thema. We corrigeerden elkaar ook in het team op de aanspreektoon:’ jongens allemaal luisteren’. We gingen ‘ jongens en meisjes’ of  ‘jongelui’ gebruiken.Ik keek mijn fotoboeken er eens op na en gek genoeg zie ik allerlei voorbeelden. Mijn zoon loopt met een pop onder zijn trui, toen ik zwanger was. Hij loopt in mijn trouwjurk rond, hield van verkleedpartijen enz. Van mijn dochter vind je met moeite een foto waar ze een jurk aan heeft. Ze had er een bloedhekel aan. Ze is nu 35 en ik denk niet dat ze een jurk in haar garderobe heeft. Waar ik ook mee wil zeggen, dat het in de persoon zelf ook zit. Zij was een kind, waar een pop niet aan besteed was. (heeft ze van haar moeder) Ze rende als peuter al achter een bal aan. Ze heeft heel lang gevoetbald, eerst als enige meisje tussen de jongens. Later, na de lagere school kwam ze in een meisjeselftal te spelen. Onze zoon heeft trouwens ook gevoetbald en heeft nog steeds een vrijwilligersfunctie in de voetballerij.Doordat we er in die jaren zo bewust mee bezig waren, heb ik me er ook over verbaasd dat generaties na ons juist weer zo’n grote scheiding leken aan te brengen tussen jongens en meisjes. Het gezegde: ‘nee, dat is alleen voor meisjes’, wordt weer heel gewoon gevonden. Was er dan niets blijven hangen van die feministische stroming en over roldoorbrekend denken? Ik ben blij dat het weer wordt opgepakt. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de seksen. Maar elk mèns is verschillend en hopelijk gaat het hokjes-denken er een beetje uit, zodat iedereen meer onbezwaard kan doen, wat het beste bij hem of haar past. Wat betreft kledingkeuze ben ik blij met de Hema. Ik hoop tenminste dat ze echt waarmaken, dat meisjes, die niet van zoetsappig houden en jongens, die eens iets kleurrijkers willen aantrekken dan legergroen er iets vinden van hun gading.

Poortwachters 12 + roots (4)

Tijdens onze autotoer door de Peel deden we ook Handel aan. Ooit ging mijn vader hier naar de lagere school, maar die was niet meer terug te vinden. Wel zagen we dat dit dorp al sinds de 14e eeuw een bedevaartsoord is. Twee engelen zijn de poortwachters naar een zogenaamd processiepark toe. Daar kunnen de bedevaartgangers een rondje langs kruiswegstaties  doen. Er is een grote ontmoetingsplek bij een Mariabeeld.In de kerk is een Mariakapel, heel mooi betegeld met mozaïek. Men gelooft dat hier wonderen verricht zijn op voorspraak van Maria. Met deze Mariaverering is mijn vader dus al op jeugdige leeftijd in aanraking gekomen. Dat zou zijn grote ontvankelijkheid voor Lourdes met zijn wonderen, kunnen verklaren.

Op zoek naar mijn roots (3) De langgevelboerderij

Mijn neef zou mij meer kunnen vertellen over het leven van opa en oma op de boerderij, volgens mijn nicht (zie roots 1). Zelf kent hij de streek op zijn duimpje, hij heeft er altijd  gewoond. Hij heeft een gemengd boerenbedrijf. Dit bedrijf  is niet meer te vergelijken met de bedrijven die mijn grootouders hadden. Dat waren keuterboertjes, die steeds voor een aantal jaren een boerderij pachtten van een grootgrondbezitter. Ze hadden wat vee, wat land, waarmee ze net hun hoofd boven water konden houden. Het was een hard bestaan, daar in de Peel. Steeds meer heidegebied werd ontgonnen, maar het is geen erge vruchtbare grond. De 7 kinderen van het gezin moesten, om ook geld in het laatje te brengen, al jong uit werken als loonwerker of dienstmeid. Dat was dus ook het lot van mijn vader. Veel toekomst was er voor hem niet in de Peel. Na allerlei bijscholing is hij bij de Nederlandse Spoorwegen terecht gekomen. Hij zei De Peel vaarwel en werd gestationeerd in Susteren en later in Schinnen. Zodoende ben ik in Limburg geboren en opgegroeid. Mijn neef ging met ons een autotoer maken langs de huizen, waar mijn opa en oma gewoond hebben, voor zover hem bekend. In Brabant zie je het type langgevelboerderij: woonhuis, tussenruimte en stallen voor het vee zitten achter elkaar. De Rietvink was de laatste boerderij, daarna hebben ze nog in een klein houten huisje gewoond, waar ik nog herinneringen aan heb. Ook dat huisje is er nog, weliswaar verstopt achter een heg en struiken, maar mijn neef kon het me wijzen. Zo leuk!

Op zoek naar mijn roots (2) De poffer

Ik had nog nooit van een poffer gehoord, maar de typisch Brabantse hoofdtooi wordt zo genoemd. Er blijkt een museumpje te zijn in Sint Oedenrode waar de geschiedenis van deze Brabantse mode uit de doeken gedaan wordt. Als je net zo’n prachtige foto van je oma onder ogen hebt gekregen en je bent in de streek, dan moet je daar natuurlijk heen. In een monumentaal pand (een begijnhof uit 1435) is de VVV gevestigd samen met dit museum. De poffer werd maar betrekkelijk kort gedragen, tussen 1870 en 1940. Toevallig net tijdens mijn oma’s leven. Je kunt er rangen en standen aan aflezen en je hebt ook voor verschillende gelegenheden een toepasselijk model. (rouw en trouw)Het werd een vermakelijk bezoek. Het bleek namelijk dat je er ook zo’n poffer kon passen. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Ik kreeg nog een blouse aan, voordat het ondermutsje met de hoofdtooi opgezet werd. Ik denk dat ik weet waarom deze modegril, maar zo kort heeft geduurd. Bij elke stap die je zet zakte dat ding schever en schever. Niet echt praktisch dus. Je moest heel serieus kijken, als je zo’n poffer op had. Dat was een moeilijke opgave. Ik wilde kijken of ik een beetje op mijn oma lijk, wat vinden jullie?

Op zoek naar mijn roots (1)

Ik was drie dagen in de Peel. Mijn vader komt uit dat gedeelte van Brabant. Ik heb vage herinneringen aan incidentele bezoekjes aan mijn opa en oma en een oom en tante. Maar ik wist verder niets aan verhalen en hoe hun leven was. Die kant van mijn familie was zo’n zwarte vlek. Daar wilde ik verandering in brengen. Met wat genealogisch speurwerk had ik wel al van zowel mijn opa als mijn oma 4 overgrootouders opgespeurd. Ik zit in tijd terug rond 1700. Ook is duidelijk dat ze allemaal uit de Peel kwamen, maar verder zijn dit maar namen op papier.

Ik ging met een oud fotoboek uit de erfenis van mijn ouders naar een nicht. Ook mijn nicht had oude foto’s van haar moeder. Ook bij haar was er geen toelichting bij. Maar met die foto’s als leidraad praatten we de hele regenachtige middag door. Over en weer wisten we toch nog van alles op te rakelen aan herinneringen. We kwamen tot de conclusie, dat we behoren tot een familie die zowat niet spraken over hun verleden. Dus kreeg ik weinig tot geen verhalen, anekdotes te horen, waar ik op hoopte. Want ook mijn nicht kreeg op vragen hele summiere antwoorden. Zij heeft altijd in Brabant gewoond, in tegenstelling tot ikzelf. Beiden zagen we foto’s, die we nog nooit gezien hadden. Zoals deze foto, waar je mijn oma’s familie op ziet. Ik herken alleen mijn opa en oma op de eerste rij 3e en 4e van rechts. Zo mooi met al die Brabantse hoofdtooien.Mijn oma had nog 4 zussen. Die staan erop, maar wie is wie? Ik had zelf een foto meegenomen van die 5 zussen, want ik wist dat één van hen mijn oma is, maar wie. Daar kon mijn nicht opheldering over geven: mijn oma is de vrouw links. Maar het grappige was, dat zij het gedeelte van deze foto van het drietal dat in het midden staat, als losse foto had. En inderdaad, als je goed kijkt zie je dat dames links en rechts eraan geplakt zijn. Zo deden ze dat vroeger.

Who do you think you are?

Ik ben een enorme fan van ‘Who do you think you are’. Het is een soortgelijk programma als ‘Verborgen verleden’, maar veel beter. Het is zo interessant, omdat men hier een facet uit een leven veel meer uitdiept. Zo gaven ze bijvoorbeeld een inkijkje in het leven als kapitein op een schip, een pauperbestaan, jodendom enzovoort. Omdat het gekoppeld wordt aan voorvaderen van de bekende mensen, die aan dit programma mee mogen doen, gaat het echt voor je leven.

Het programma werkt zo aanstekelijk, dat ik ook weer eens wat speurwerk heb verricht op internet naar mijn eigen afkomst. Ik ben al mijn hele leven benieuwd waar mijn achternaam vandaan komt en daaraan gekoppeld natuurlijk waar ikzelf vandaan kom. Ik deed een leuke ontdekking. Het gaat om de familie van mijn vaders kant. Ik weet er zo goed als niets vanaf. Ja ik heb mijn opa en oma vaag gekend, de rest van de Brabantse tak ken ik niet eens allemaal. Vragen aan mijn vader leverde weinig op. Dus wat ik weet is, wat ikzelf heb gezien, maar verder terug is onbekend. Het is een boerenfamilie uit de Peel. Opa en oma hadden een huurboerderijtje. Mijn vader heeft de kost verdiend o.a. met turfsteken. Bijna al mijn ooms en tantes hadden later ook een boerenbedrijf in de Peel. Mijn familie, inclusief ikzelf, heeft best wel een opvallende achternaam: Egelmeers. Het is me opgevallen, dat er gek genoeg vaker topografische plekken zijn, met dezelfde naam of een afgeleide ervan. Zo kwamen we op het Trekvogelpad in de buurt van Veenendaal bij een water met de naam Egelmeer. Ook heette een weg in de achterhoek Eggelmorsweg. Bij Den Bosch ligt een Engelenmeer. Ik dacht altijd al dat het iets anders moest zijn dan een meer voor de egels. En ja hoor. Ik lees op de site van de Utrechtse heuvelrug het volgende:

Waar de naam Egelmeer precies vandaan komt is niet bekend, we weten wel dat de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden hier bij Veenendaal al kwamen. Zij noemden het Aegil Marum. Maar Aegil heeft niets met egels te maken. Egelmeer kan dus een verbastering van die naam zijn. Een andere verklaring kan zijn dat het genoemd is naar de bloedzuigers die er zaten, want in de Middeleeuwen werden bloedzuigers, egels genoemd.

Die bloedzuigers zaten in het veen en aangezien er in de Peel ook veel turf gestoken werd, zou dat de cirkel rond maken en een verklaring zijn voor de naam. Jarenlang was mijn bijnaam Egeltje, moet dat nu Bloedzuiger worden? Of ik daar blij mee ben?

Dit verhaal krijgt uiteraard nog een vervolg.

Oleander

Een jaar geleden overleed mijn beste vriendin. Van haar had ik ooit, jaren geleden een klein oleanderplantje gekregen. Toen zij hem mij gaf, kende ik die plant nog niet. Later, op vakantie in Italië en Spanje zag ik hoe de oleander daar groeit, soms eigenlijk als onkruid langs de kant van de weg. Ik vond hem prachtig, sierlijk, mooi bloemrijk, wild. Mijn kleine plant begon na enkele jaren pas een enkel bloempje te laten bloeien, maar gaande weg werd het een prachtige struik, die elk jaar mooier werd, eigenlijk net zoals onze vriendschap met de jaren sterker werd.  Alsof het zo moest zijn: toen mijn vriendin overleden was, ging ook mijn oleander ter zielen. Ik vond dat zo jammer, want het was ook  een herinnering aan HAAR.Ik heb een nieuwe plant gekocht, het is niet hetzelfde als het cadeau wat ik ooit kreeg, maar toch word ik zo blij van deze plant. Ik hoop dat hij snel groot wordt en mooi in bloei komt. Dan kom ik op mijn balkon toch een beetje in zuidelijke sfeer met mijn vriendin in gedachte.

Blerick

De laatste broer van mijn moeder is op 94 jarige leeftijd overleden . Gisteren ging ik naar zijn begrafenis in Blerick. Daar is mijn moeder opgegroeid. Haar vader, mijn opa, had een smederij en deze broer heeft dat bedrijf later overgenomen. Hij heeft nog lang in het ouderlijk huis annex bedrijf gewoond. Hij was 7 jaar jonger dan mijn moeder. Op de gebruikelijke familiebezoekjes, feesten en begrafenissen na hadden we weinig contact met elkaar. De toespraak van zijn oudste zoon rakelde oude tijden op en wij, neven en nichten, zaten met allerlei vragen. Wij weten zo weinig over het verleden van onze ouders. Er werd niet over gepraat en als je er naar vroeg, kreeg je een summier antwoord. Dat bleek in alle gezinnen zo te zijn gegaan, niet alleen bij ons thuis. Er zijn nu nog 3 aangetrouwde tantes in leven, dus zijn we meteen gaan vragen en alle feitjes die wel bekend zijn bij elkaar gaan leggen, waardoor het grijze verleden van onze ouders iets meer is ingetekend na gisteren.

Mijn oom is tegen het einde van zijn leven opeens gaan vertellen over zijn moeilijke jeugd. Er kwamen feiten aan het licht die wij als volgende generatie niet wisten. Hij heeft zijn moeder, mijn oma, nauwelijks gekend, want die overleed dat hij 4 jaar was, mijn moeder was toen 11. Dus opa bleef achter met 8 kinderen, waarvan de jongste 1 jaar oud. Mijn oom moest als enige uit het gezin in een internaat bij de nonnen. Daar is hij van zijn 4e tot zijn 11e geweest. Het was vlak bij in hun straat, maar hij mocht niet even thuis langs gaan. Toen hij  na de lagere schoolperiode thuiskwam moest hij meteen zijn vader helpen in de smederij. Een hard bestaan. Gelukkig heeft hij een goed leven op kunnen bouwen en heeft iedereen vrede met zijn overlijden.

Overlijden op hoge leeftijd maakt dat de begrafenis niet een hele trieste gebeurtenis is. In onze familie is het al vaker voorgekomen dat zo’n afscheid eindigt in een gezellige familie reünie. En dat was nu ook weer het geval. Heel veel nichten en neven komend uit het hele land gaven acte de préséance. We zien elkaar weinig, sommige neven had ik na hun kindertijd nooit meer gezien. Toch is het allemaal familie, je hebt dezelfde gezamenlijke herinneringen, dezelfde familieverhalen over opa, logeerpartijen bij elkaar enz. Je ziet bij sommigen de uiterlijke familiegelijkenissen met opa of tantes.  Het voelde als een warm bad.