6 woordverhaal: Antiek

Deze karren trekken het niet meer Dat lot zal ons allen treffen. Op een dag gaat het niet meer, word je afgedankt. Spullen gaan bij het grofvuil of als ze het treffen worden ze tentoongesteld in een museum, zoals deze karren. Ze staan museum, die Alte Ziegelei bij Westerholt, Nieder Sachsen. Vroeger was dit een echte steenfabriek, nu is alles dus antiek.

Meer antiquiteiten vind je hier.

Dag vogels, dag bloemen, dag vlinders

Aan alle mooie dingen komt een eind. Dus moeten we ook afscheid nemen van ons fantastisch vakantieadres. We hebben heerlijk gefietst en gewandeld in de omgeving van Hundsmühlen. Alle windhoeken hebben we gezien. En niet in de minste plaats hebben we enorm genoten van de tuin, die bij dit landgoed hoort. Het is ook weer fijn om naar huis te gaan. Deze twee weken komen in de analen van mooie vakantieherinneringen. We zeggen daarom: dag vogels dag bloemen dag vlinders………………… en ‘last but not least’  dag heerlijk huis

Duits fietsen

Ik ben een held in het verkeer, reageer te traag, kan slecht links-rechts onderscheiden en zie overal gevaar. Daardoor durf ik àl minder goed te fietsen in een drukke stad. Toch ben ik hier in Duitsland op de ‘ruilfiets’ gestapt en…………..het wonder is geschied. Ik heb veel gefietst, ook regelmatig door de drukke stad. En ik vind fietsen weer leuk. Hoe dat zo kan?

  • Je mag in Duitsland op het trottoir fietsen
  • Je mag het trottoir aan beide kanten van de weg nemen, je kiest de kant die je het beste uitkomt. Je hebt dus wel tegenliggers te verwachten en ook voetgangers waar je op moet letten. Toch is het voor mij overzichtelijk en het voelt veilig, dat je gescheiden fietst van het gemotoriseerde verkeer.
  • Automobilisten gaan uiterst behoedzaam met fietsers om. Ze gaan zachter rijden als ze je willen inhalen. Bij het passeren nemen ze een super grote boog om je heen. Ze blijven soms ook staan om je te laten passeren.
  • Naast trottoirs zijn er gewone verharde wegen op het platteland, maar ook veel onverharde kiezelpaden en zandweggetjes. Mits het zand niet te mul is vind ik het over onverharde paden fietsen ouderwets leuk.
  • Sta je op de kaart te kijken, komt er meteen iemand aan die ‘behilflich’ wil zijn.

Daarbij komt, dat mijn ruilfiets zo lekker fietst. Ik heb geen enkele keer zadelpijn gehad. Ook niet na de tochten van 70 kilometer per dag. Dat heeft, denk ik, te maken met je houding op de fiets. De druk op het zadel is anders dan thuis. En dat komt weer door het ossenkop-stuur. Eerst leek me dat ook weer eng, maar ik ben heel enthousiast geworden. Ik wil thuis ook zo’n stuur!!

 

Naar de Cisterciënzers

Neef Jaap, waarbij wij in Bremen op kraambezoek gingen, tipte Hude. Daar ligt een kloosterruïne, als overblijfsel en nagedachtenis aan de Cisterciënzer broederorde, die in de Middeleeuwen voor kerstening zorgden, maar ook landbouwgrond in cultuur brachten. Toen wij ervan hoorden waren we meteen enthousiast. Kloosters liggen namelijk altijd op de mooiste plekken. Daar hadden die broeders een neus voor. Bovendien hadden die Cisterciënzers eerder al onze interesse gewekt.

Dus kwam het stalen ros weer uit de schuur en fietsten we in oostelijke richting. We genoten weer van de variëteit in het Nieder Sachsisches Land. Het was duidelijk dat we door heel oud cultuurlandschap reden. Mooie oude boerderijen, maar ook hunebedden lagen op ons pad. Verharde wegen, dan weer zandpaden. Bossen dan weer weiland. Stedelijk gebied en dan weer een dorpje.  Tegen de middag hadden we ons doel bereikt. Inderdaad lag de Kloosterruïne op een prachtige plek aan de rand van het bos. Helaas was het museum dicht en ook de ruïne zelf was door hekken afgesloten. Dat was jammer, maar het was toch mooi om op zo’n historische plek te zijn. De overblijfselen zijn van de Mariënkirche. Het museumgebouw en de voormalige abtswoning staan er naast, maar waren vandaag dus niet open net zo min als de St. Elizabeth kerk, die aan de overkant ligt. Dit kerkje is een bijzonder gebouw, alleen al aan de buitenkant. Het weerzwaantje op de toren……..Het is vroeger een indrukwekkend complex geweest. Graag hadden we meer informatie erover ingewonnen in het museum, maar helaas. Jaren geleden waren we in Aduard bij Groningen. Ook daar heeft ooit een Cisterciënzerkloostercomplex gestaan. Nu zijn daar nog de overblijfselen van een ziekenzaal te zien. Die doet nu dienst als kerk. Verder is daar een heel leuk, interessant  museum. Hier schreef ik er al eens over.

Waar de Hunte in de Weser stroomt

De rivier de Hunte stroomt vlak langs ons logeeradres. Inmiddels hebben we al heel wat kilometers er langs gewandeld en gefietst. Het leek ons daarom leuk om de loop van dit riviertje te volgen tot waar hij in de Weser stroomt. Het werd weer een mooie fietstocht. Dit keer leek het landschap op thuis, want we fietsten over dijken met schapen en langs uitgestrekte weilanden. We zagen de Blauwe Reiger weer. Thuis hoort die zowat bij de inboedel, hier hadden we hem tot nu toe nog niet gezien.

Iets ten noorden van Elsfeth stroomt de Hunte in de Weser. Het was een apart stadje, een soort havenstad met (pak)huizen, die je in een kustplaats verwacht. Ook een monumentale toren. Die zie je in Engeland veel, maar hier verwachtte ik die niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via een brug, die maar één keer per uur dichtgaat voor de scheepvaart, zodat de fietsers en wandelaars  naar het schiereiland kunnen komen, fietsten wij weer terug langs de andere oever van de Hunte, naar huis. Het was een heerlijke fietstocht voor deze warme dag. Helaas heb ik maar een paar (slechte) foto’s, gemaakt met mijn mobiel. Ik was vergeten om de batterij van het fototoestel op te laden, helaas.

Bremen

We hebben ze gezien, die Bremer stadsmuzikanten! Maar we waren meer onder de indruk van alle pracht en praal van de rest van deze Hanzestad. De straatjes van Schnoor waren erg pittoresk. Helaas erg druk op deze vrijdag na Hemelvaartsdag.

Beter  was het in de wijk Olsetor, dat heel Berlijns aandoet. Erg gezellig daar. Dan ligt de stad ook nog aan de Weser. Op zo’n stralend warme zomerdag is het daar ook goed toeven.

Uithangbord 58

 Niet alleen een uithangbord maar ook nog een grote muurschildering aan de zijkant van dit historische pand in het centrum van Oldenburg herinnert aan Graaf Anton Gunther. Deze landheer was rond 1680 heel geliefd onder zijn onderdanen. Hij werd vereeuwigd op zijn lievelingspaard Kränich, waarvan je de staart in een schrijn in het museum voor Mens en Natuur kunt bewonderen.  Het pand is nu een hotel annex café restaurant.

Bloemen plukken

Het was negen jaar geleden vanwege allerlei omstandigheden een goede beslissing om te kiezen voor een appartement en afstand te doen van de tuin. Toch mis ik de tuin wel, zeker ’s zomers. Dat is ook één van de redenen dat wij aan woningruil doen. We proberen dan te ruilen met mensen die wél een tuin hebben. Dan kan ik in die vakantieperiodes mijn hart ophalen. Dat lukt wonderwel tot nu toe. Dit keer is de tuin wat groot uitgevallen. Het is een niet echt goed onderhouden landgoed. De eigenaresse is daarvoor té veel van huis. Daarom staat het gras nu vrij  hoog en er groeit veel ‘onkruid’ tussen. Maar dat heeft ook zijn charmes. Dus vond ik mezelf terug in het gras al madeliefjes plukkend. Het was lang geleden, dat ik dat deed. Je staat zo in de natuur, dicht bij de aarde. Klein leven in het gras, vogels fluiten boven je hoofd in de bomen. Herinneringen aan mijn kindertijd kwamen boven. Toen plukten we ook madeliefjes in de wei, maakten er bloemenkransen van voor op ons hoofd of maakten armbandjes of een ketting. Voor mama nam je dan nog een boeketje mee om in een klein vaasje te zetten. Hoe vredig kan het leven zijn. Nu ik toch bezig was plukte ik nog een flinke bos fluitenkruid langs de weg. Ik weet wel, dat morgen alles uitgevallen is, maar het is zo mooi……. voor even….