Samen met C en I reden we naar Laren. Het Singermuseum lonkte. Een aantal jaren geleden is daar een grootscheepse verbouwing geweest, wat het museum meer allure en ruimte gegeven heeft. Ik blijf het een heerlijke plek vinden. We begonnen met koffie in het restaurant. Buiten passeerden er maartse buien, maar ook mooie blauwe luchten. Met zicht op de museumtuin konden we dat alles goed bekijken. Een kopie van het beeld De Denker van Rodin, dat eerst in de tuin stond, heeft een prominente plek boven de ingang gekregen.



Overal zijn mooie doorkijkjes te bewonderen. De houten deur- en raamposten doen daarvoor goed werk.



Enkele zalen waren gevuld met werk van de Hongaars-Nederlandse kunstenaar Suzanne Perlman. (1922 – 2020) Ze groeide uit tot een modernistisch kunstenaar op Curacao, maar hier is ze bij het grote publiek vrijwel onbekend gebleven. Haar werk is sociaal gedreven. De grote ongelijkheid op de voormalige Nederlandse kolonie maakte, dat ze met haar schilderijen liefde en respect voor de mensen van het eiland probeerde uit te drukken.



Bij de vaste tentoonstelling kwam ik veel oude bekenden tegen. Bijvoorbeeld werk van Jan Sluijters (1881- 1957)



en Ferdinand Hart Nibbrig (1866 – 1915) om er een paar te noemen.

Een indruk van meer werk uit de collectie: Raoul Dufy (1877 – 1953) Windvlaag, Willem Steelink (1856 – 1928) Na de lunch, Anna Sluijter (1866 – 1931) Gezicht op een dorp.



De echte aanleiding van ons museumbezoek zien jullie morgen.
Altijd heerlijk om door Singer Laren te zwerven… Wij gaan binnenkort ook.
LikeLike