Tegenstelling: recht – schuin

Voor de tegenstelling van deze week kom ik uit bij een foto van de bouw van het Groninger Forum. (bron gemeente: Het Groninger Forum wordt een spectaculair, voor iedereen toegankelijk gebouw van tien verdiepingen. NL Architects tekende het ontwerp. Het Groninger Forum is straks zeven dagen in de week  geopend en brengt een keur aan (inter)nationale exposities, films, documentaires, debatten, literaire evenementen, talkshows, presentaties en manifestaties over de wereld van nu. Naast de bibliotheek en de filmzalen herbergt het Groninger Forum ook het Nederlands stripmuseum en de VVV-winkel. Op de bovenste verdieping komt een skylounge met restaurant en een dakterras met uitzicht over de historische binnenstad.)
Na een architectuur wedstrijd is dit ontwerp gekozen. Afgelopen week waren we even in de Groninger hoofdstad en bekeken we de vorderingen van de bouw van dit spectaculaire bouwwerk, dat veel schuine kanten krijgt.  De hijskraan staat gewoon recht, uiteraard.

Hier staan nog meer foto’s met deze tegenstelling.

Pieterpad: Rolde – Schoonloo

Bij de kerk van Rolde pakte we de wandeling weer op. Achter een mooie begraafplaats lagen op een veld twee grote hunebedden. Mooie combinatie van het eeuwenoude begraven naast de graven uit onze tijd.

Wij volgden tijdens deze etappe een oud treinspoor. Rails waren weg, maar er bleef een prachtig wandelpad over. Het was een bosrijke etappe, waar de sporen van de regenperiode nog wel zichtbaar waren, maar het was niet meer zo’n geploeter als eerder deze week.

We lazen in ons wandelboekje dat deze Drentse bossen ooit waren aangeplant ten behoeve van stutpalen voor de mijnbouw in Zuid-Limburg en andere industriële doelen. Er is momenteel behoorlijk wat schade van omgewaaide Lariksen door de laatste stormen. Men vervangt ze steeds meer voor loofbomen, die beter blijven staan.

Uitrusten aan de rand van een paardenbloemen-wei is genieten!

Het Schoonlooërveld is een natuurreservaat met heide en vennetjes. prachtig met het jonge groen van het opkomende riet.Vlak voor Schoonloo, het eindpunt (19 km) voor deze dag, staat een informatiebord in het bos. Je verwacht iets over de natuur, maar dit was van een andere orde, wel toepasselijk op deze dagen in mei.

Romantiek in ’t Groninger museum

Op de valreep bezochten we de tentoonstelling Romantiek in het Noorden, van Friedrich tot Turner. Het was de laatste week voor deze internationale (schilders uit Nederland, Duitsland, Scandinavië en Groot-Brittanniëoverzichtstentoonstelling van landschapschilderkunst uit de Romantiek in Noord-Europa in de periode 1800-1850.  Veel mensen hadden meivakantie, dus helaas waren we daar niet alleen.  

In de eerste zalen kwamen de dramatische landschappen met woeste zeeën, imposante bergen en vulkaanuitbarstingen erg op je af.  Men genoot in de Romantiek van het aandikken: voor mij is het dan te veel van het goede, niet zo mijn stijl. Maar gelukkig werden de werken gaandeweg  ‘gewoon romantisch’ met stille maannachten en serene uitgestrekte velden . Men liet zijn gevoel meer spreken in de schilderijen in plaats van, zoals gebruikelijk tot die tijd, een zuiver natuurgetrouwe weergave van iets te maken.  Ik heb een collage samengesteld van een stuk of wat werken, die ik mooi vond. Links een detail uit het middelste schilderij in de collage, van J.Turner. Verder A.Melbye, een vuurtoren bij Kopenhagen, J.Constable, rechtsboven en rechtsonder twee Engelse plekken bij the river Stour en the Salisbury Cathedral, C.Blechen met een Italiaans tafereel van klooster Subiato, A.Schelfhout met een Nederlands boerenerf. Van het schilderij in de nacht miste ik de naam van de schilder.

Maar Turner blijft toch een aparte. In zijn schilderijen zit wel dat wilde en soms zware, door hem zichtbaar gemaakt met zijn wilde penseelgebruik. Daardoor zie je er zijn gevoel zo in. Ookl door het kleurgebruik is zijn werk heel anders dan de anderen. Wandelend door dat mooie Groninger museum, is dat gebouw zelf zowat een schilderij.

Onze oppaskippen

Er schoot me klein rijmelarijtje te binnen over onze oppaskippen hier in Groningen: Bella, Nella en Jan

Nel is fel

Bel is heel erg van de rel

en Jan?

dat is gewoon de man!

Het droevige nieuws is, dat Bel net voor plaatsing van dit blog kassiewijle is gegaan en inmiddels onder de zoden ligt. Dat is niet fijn als het oppaskippen betreft, maar gelukkig was er al iets met het kippetje aan de hand voordat wij hier kwamen. Het lag dus niet aan de oppassers!

Pieterpad: Zuidlaren – Rolde

Nu we in Groningen bivakkeren gaan we het Pieterpad in deze omgeving oppakken om te wandelen. Zo’n uitgezette wandelroute vinden we heel fijn om te lopen. We gaan ervan uit dat men ons langs de mooiste plekken stuurt. Uit onze ervaring met andere LAW is gebleken, dat dit meestal wel zo is. Bovendien probeert men ons zoveel mogelijk onverhard te laten lopen. Deze etappe kwamen we weer aardig aan onze trekken. Vanuit Zuidlaren liepen we door het bos naar het stroomdal van de Drentse Aa. Het zonnetje zorgde voor extra schoonheid van dit natuurgebied.

Omdat je over zo’n vlonderpad kunt lopen, kom je heel diep in het moerassige land.

Nadat we de Gasterse duinen hadden overgestoken,rustten we even uit in het typisch Drentse dorp Gasteren.Nu lag het Balloërveld voor ons. Dat heeft vrij moerassige delen

maar ook heidevelden met ruimte voor een schaapskudde.

We passeerden nog een kring van stenen, in de sfeer van hunebedden, maar het bleek een soort monument te zijn, voor de Pieterpadlopers met het aantal kilometers erop wat je al gelopen hebt op dat punt en wat je nog hebt te gaan. Ach ja, er moet iets toeristisch aangeplakt worden, blijkbaar.

Op de brink van Rolde eindigde deze prachtige gevarieerde etappe van 16 kilometer voor ons. Een vrij korte afstand, even om er in te komen.

Hoe regen mooi kan zijn

Ondertussen zijn we tijdelijk van woonplaats veranderd. We passen op het huis en de huisdieren van kennissen van ons in het mooie Groninger land. Het is niet voor het eerst. Je kunt er o.a. hier over lezen. We hadden, zoals iedereen in Nederland (en daarbuiten) tot gisteren veel regen. Maar ook regen kan zijn charme hebben. Vooral tussen de buien door, maakte ik foto’s van dreigende wolkenluchten en veel nattigheid, die we moesten omzeilen bij het uitlaten van de hond.

Als het weerbericht klopt laten we de natheid voor een tijdje achter ons. Laat nu de zon maar schijnen!

Duvelsprie

Met groot plezier heb ik dit boek gelezen. Voor de boekpresentatie van ‘de Duvelsprie’ van Jos Bours ging ik naar het dorp van mijn jeugd. Dat kun je hier en hier lezen. Door het boek te lezen bleef ik nog dagenlang in gedachten in dat Zuid Limburgse land.  Jos heeft historische feiten vermengd met fictie. Intrigerende feiten, in de stamboom van zijn vrouw (mijn oude vriendin) inspireerden hem tot het schrijven van deze historische roman. Het verhaal speelt in de 18e eeuw in de tijd van de Bokkenrijders. Mooie sfeertekeningen brengen die tijd helemaal tot leven, het standsverschil, de armoede en rijkdom, nieuwkomers in zo’n dorp en hoe de gemeenschap ertegenaan kijkt. Meestal als je een boek leest maak je van de omschrijvingen van bijvoorbeeld de natuur of een stad of dorp al snel je eigen voorstelling in je hoofd. In dit boek wist ik steeds waar iets zich afgespeeld had. Ik ken de gebouwen of plekken, waar die huizen staan of gestaan hebben. Ik weet hoe iets geografisch ten opzichte van elkaar ligt. Dat vond ik zo leuk te ervaren. Weliswaar vond het een en ander in een andere tijd plaats, dus moest ik me wel voorstellen, dat er minder en onverharde wegen waren, minder huizen enzovoort. Maar toch gaat het over ‘mijn dorp’. Ons dialect zit door het boek heen verweven op een heel natuurlijke manier. Voor mensen, die dat niet verstaan zit er uiteraard een woordenlijst achterin het boek.

Het is Jos gelukt om de feiten, die bekend zijn, maar die op zichzelf veel vragen oproepen en zeker geen logische verbanden hebben, met zijn eigen fantasie tot een geloofwaardig en mooi verhaal aan elkaar te smeden. De tijd van toen is echt voor me gaan leven. Ik denk (nee, ik weet het zeker) dat het boek een aanrader is voor mensen, die van historische romans houden!!

Hier kun je de officiële samenvatting lezen van de Librissite:                           “Duvelsprie’ (duivels kreng) is gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit de stamboom van de vrouw van de schrijver. We schrijven het jaar 1721. Anna, een meisje van 16 en haar vriend Jean komen met hun pasgeboren zoon Joes aan in het Zuid-Limburgse Schinnen. Ze zijn op de vlucht voor schande en armoe. Bij aankomst overlijdt vader Jean plotseling. Nu moet Anna zich met haar kindje alléén zien te redden in een streng-religieuze omgeving. Waar het op dat moment onrustig is. De bevolking verarmt, ’s nachts wordt er ingebroken in kerken en grote boerderijen. De autoriteiten reageren genadeloos: in honderden processen worden honderden mensen vervolgd en ter dood gebracht, de zogenaamde bokkenrijders. De jonge moeder en haar zoontje Joes worden aanvankelijk meegesleurd in die kolkende stroom. Maar in de loop der jaren lijkt Anna greep te krijgen op haar leven. Het gaat steeds beter met haar en haar zoontje. En toch wringt er iets. Hoe meer het leven haar schenkt, hoe meer ze kwijtraakt. Dat jonge, felle meisje, die duvelsprie, die aanvankelijk alleen de weg van haar hart volgde, maakt gaandeweg berekenende keuzes, die ten koste gaan van geliefden en mensen die net zo kwetsbaar zijn als zij ooit was. Daarmee geeft ze een heel andere betekenis aan het begrip duvelsprie. Maar… had ze überhaupt andere keuzes kunnen maken in die tijd, in die omgeving- als straatarme alleenstaande moeder met een kind?

Tegenstelling: wankel – stevig

Voor de foto-uitdaging van deze week kom ik uit bij dit beeld: een hollende man met vioolkist. Er schijnt een bananenschil voor hem op de grond te liggen, las ik, maar ik zie hem zelf niet.

Het is één van een serie beelden, die door een onbekende kunstenaar zijn neergezet ergens in Amsterdam. Het zagertje is van dezelfde onbekende maker.

Op de Wikepedia-site staat het volgende over dit beeld:
De blauwe vioolspeler is een geassembleerd metalen beeld in het Tweede Marnixplantsoen bij de Raampoortbrug (brug 165) in Amsterdam. Het beeld toont een ogenschijnlijk slechts uit kledingstukken bestaande gestalte, die met een vioolkist richting Marnixstraat lijkt te rennen. Het beeld wordt ook wel Man probeert lijn 10 te halen of Man met vioolkist genoemd.[1] Het beeld, dat werd geplaatst in 1982, is een tijd weggeweest voor restauratie, waarna het blauw terugkwam.
Dit beeld is, net als de andere beelden die worden toegeschreven aan De Onbekende Beeldhouwer, in alle stilte en anoniem geplaatst. De gemeente heeft de werken in eigendom ontvangen, op voorwaarde dat de identiteit van de kunstenaar niet bekend wordt gemaakt.

Hier meer foto-uitdagingen.

De landen van Overmaas 2

Na de lunch op kasteel Terborgh liep ik, nagenoeg helemaal langs de Geleenbeek, naar het buurtschap Thull. Daar is de Alfabrouwerij gevestigd en dit was meteen de locatie voor het verdere middagprogramma.

Eerst was er een promotiefilmpje over de brouwerij. De Alfabrouwerij was sponsor van deze dag, vandaar. Ik vond het wel leuk, want ooit heeft mijn vader hier nog eens gewerkt. Hij was altijd erg te spreken over mevrouw Wies, de bazin van toentertijd, die hier levensgroot geprojecteerd aan de muur hing. Men vertelde over de bron in hun land met heel zuiver water op grote diepte, afkomstig uit de Eifel. Als kind liep ik met mijn vader in het drassige land achter de brouwerij en ik ben daar toen helemaal in paniek geraakt van het opborrelende water met zwaveldamp. In het gebouwtje linksboven op de fotocollage zit de bron. Alfa is trouwens het bier, dat wij altijd in huis hebben.

Frits Schoonbrood van het Bokkenrijdersgenootschap hield een lezing over het ontstaan van het verschijnsel Bokkenrijders. Het ontstaan van de naam bijvoorbeeld. Vaak waren er overvallen of inbraken vlak na elkaar. Maar de afstand tussen de locaties was té groot voor één groep om dat op beide plekken te doen. Het grote bijgeloof en hekserij uit die tijd zorgden ervoor, dat men dacht, dat de bokkenrijders zich per bok door de lucht verplaatsten.

Frits ging ook uitgebreid in op het grote assortiment aan martelwerktuigen, dat gebruikt werd om mensen tot een bekentenis te dwingen. Handen werden afgehakt, been- en duimklemmen aangeschroefd, men werd gedwongen om op niet al te comfortabele stoelen te zitten en ga zo maar door. Gruwelijk allemaal. De dode hand is trouwens een symbool van de Bokkenrijders geworden. Door die gruwelijke praktijken van de gerechtsdienaars kan het zomaar, dat er veel meer mensen onder dwang hebben verklaard een Bokkenrijder te zijn, dan in werkelijkheid het geval was. Het verschijnsel is dus veel groter gemaakt, dan het in het echt was.

Eindelijk was Jos Bours aan de beurt. Hij vertelde bevlogen over het ontstaan van zijn historische roman “Duvelsprie”. Door genealogisch onderzoek ontdekte hij in de stamboom van zijn vrouw een paar figuren, die tot de verbeelding spraken. Het speelt in de tijd van de Bokkenrijders én in Schinnen. Bekende historische feiten zijn gecombineerd met Jos’ fantasie. Samen met zijn vrouw zorgde hij voor de muzikale omlijsting. Zijn zelfgeschreven lied, werd gezongen door haar en Jos begeleidde op de accordeon. Prachtig!En toen kon ik eindelijk het boek kopen en volgde de signeersessie!