Ode aan de ziekenbroeder

Ambulance_2 Je stelt je in op een rustig avondje thuis en zomaar zit je de hele avond in het ziekenhuis. We kregen een telefoontje dat het niet goed ging met mijn schoonpapa. Hij moest worden opgenomen. De ambulance kwam en ik moest meerijden. Vol bewondering heb ik zitten kijken hoe die jongens van de ambulance omgaan met zo’n angstig zieke oude man. Het waren stoere binken, maar ze weten ook de goede snaar aan te slaan en iemand gerust te stellen en tegelijk te handelen. Je voelt je meteen in goede handen. Ook in het ziekenhuis zelf vielen mij de ziekenbroeders op. Ik wil de verpleegsters niet tekort doen hoor, maar daarvan vind je het al heel gewoon. Maar de verplegers hadden gisteravond naast al het zorgende en meelevende ook humor en een bepaald soort nuchterheid, waardoor je zelf ook rustig blijft. Ik vind het een heel apart slag mens, die broeders. (Je merkt wel dat ik nog nooit in een ziekenhuis gelegen heb)

4 gedachtes over “Ode aan de ziekenbroeder

  1. taalarmoede is het! De papegaai die mijn oom Dirk van een ouwe zeeman had gekocht had nog een rijkere vocabulaire. Hij zat om 5 uur altijd op de vensterbank, wachtend op de grijze cyperse kater van de buren. En als die kat na zijn middagslaapje traag het pleintje overstak begon de papegaai opgewonden te dansen en barstte los met zijn glansnummer: donderop, vuile rotkat!
    toen de kat dood ging is de papegaai een poosje depressief geweest.

    Like

Geef een reactie op fialas Reactie annuleren