Twee dagen achter elkaar heb ik gewandeld in de duinen. Het is natuurlijk ook door het voorjaar dat ik er graag op uit trek, lopend wel te verstaan. De natuur is zo mooi deze tijd van het jaar. Vandaag kwam ik heel toepasselijk voor het thema ‘lopen’ van deze week (stuureenfoto) aan het begin van onze wandeling het beeld van Herman Gorter tegen. De duinen waren blijkbaar ook zijn geliefde wandelgebied. Op de sokkel staan de laatste twee regels van het gedicht ‘Al die grijze dagen”:
De dagen zijn || lichtreuzen/
daar wandel ik || laag tusschen
Iemand heeft op de sokkel van het beeld een vaasje ‘vergeet-me-nietjes’ neergezet.
Ik vind zoiets mooi en ik word er heel nieuwsgierig van. Waarom doet iemand dat?

AL die grijze dagen
met hun stijve lachen
te leven en ’t niet te meenen,
maar anders of anders geene.
En toch licht tevrede te zijn,
alleen wat oogenpijn
van ’t fel geel lichten –
o ’s avonds de oogen te dichten!
De dagen zijn lichtreuzen
daar wandel ik laag tusschen.