En weer was de weersvoorspelling er een met mooi weer. Prima om te wandelen. We kozen de parkeerplaats van Lokkemientje, een tuincentrum aan de rand van Edam.

We gingen het stadje niet in, maar kozen een pad aan de rand.




M wist ons te vertellen, dat je langs dat wandelpad nog sporen kunt zien van twee rondelen. Dat zijn torens, die hoorden bij de verdedigingswerken van Edam, dat ooit een vestingstadje was. De vestingmuur is hier niet meer, maar dus wel twee rondingen van waar de torens ooit gestaan hebben.


Na de afslag liepen we door een mooie statige laan.


We hadden goed zicht op de grote kerk van Edam, waar ik een paar weken geleden nog de toren van beklom.

Langs deze weg was veel agrarische activiteit te zien.





We liepen tot we niet verder konden, want het was een doodlopende weg. Vanuit de verte stonden de koeien al op de uitkijk. Zo vaak komen hier geen mensen voorbij.

Een grappig gezicht, die koeien op een berg aarde.


Maar het is ook een nieuwsgierig volkje en ze kwamen dan ook allemaal naar beneden om ons van dichtbij te bekijken en wij bekeken hen!





Ook vingen we nog een glimp op van wat binnenkort weer het verblijf van al die koeien gaat worden.


Op de terugweg kregen we erg in de vogels. Door de lucht vlogen ganzensoorten,


op het land verzamelden kieviten zich


En tot mijn blijdschap zag ik thuis pas, dat ik een groep wulpen op de foto heb gezet. Ook druk foeragerend als voorbereiding om een lange tocht te gaan ondernemen.

En zo naderden we weer de parkeerplaats van het tuincentrum


en deze spreuk op een bankje is toepasselijk voor onze heerlijke maandagochtendwandeling.
