Ootmarsum

De laatste dag van het lange weekend van onze koorreis stond de terugreis op het programma. De eerste stop was op een parkeerterrein tussen de vrachtwagens. Vanwege de rijtijdenwet mogen in Duitsland op zondag geen vrachtwagens de weg op, dus is de parkeerplaats goed vol, maar onze koffie smaakte er niet minder om.

De tweede stop was meer ‘aangekleed’. We gingen lunchen in Ootmarsum, net over de grens, weer in Nederland. De locatie was Gasterij Oatmössche net aan de rand van het stadje en onderdeel van de bierbrouwerij.

De lunch was weer goed verzorgd en smaakvol.

Na de middag konden we nog een aantal uren rondkijken in Ootmarsum. Er is ook een Openluchtmuseum, maar daarvoor was de tijd te kort. Het stadje zelf heeft genoeg bezienswaardigs, dus wij vermaakten ons opperbest.

De kerkdeuren stonden uitnodigend open. Even een blik geworpen.

Ootmarsum is toeristisch. Dat was te zien aan de vele galeries, die er zijn.

Zo te zien heeft Ootmarsum veel historie. Daar was nog wat van terug te vinden, maar wij hadden geen tijd om ons daar in te verdiepen. Dat is voor een andere keer.

Men heeft hier in dit Twentse land speciale gebruiken. Twee beelden refereerden daar aan. Het midwinterhoornblazen, een eeuwenoude wintertraditie, waarbij het weemoedige geluid de komst van het kerstfeest en de terugkeer van het licht aankondigen. Dan de Poaskerls. 8 katholieke vrijgezelle mannen beginnen met de voorbereidingen van het paasvuur, gekleed in regenjas  zwarte broek en met hoed. Op eerste en tweede paasdag trekken de Poaskerls door het centrum. Ze nemen elkaar bij de hand en zingen traditionele paasliederen. Andere mensen lopen ook mee. Dit gebruik heet vloggeln en hoort inmiddels bij het immaterieel erfgoed. ’s Avonds ontsteken de mannen het paasvuur.

Vol mooie indrukken reisden we uiteindelijk af naar ons eigen Noordhollandse dorpje. En daar is het ook weer goed toeven.

Plaats een reactie