Ik was uitgenodigd voor een feest van mijn oudste vriendin (ik zat vanaf de kleuterschool t/m de middelbare school bij haar in de klas!)) en haar man. Hun beider verjaardagen, hun jarenlange samenzijn allemaal redenen bij elkaar om het leven te vieren nu het nog kan. Daarvoor ging ik naar Utrecht waar langs het Amsterdam-Rijnkanaal de uitspanning ‘de Roose’ ligt. Het bleek een uitgelezen plek mede door het prachtige nazomerweer.

Ik kende er niemand, of het moesten wat familieleden van mijn vriendin zijn. Maar je raakt gauw aan de praat met mensen, omdat je allemaal iets gemeenschappelijks hebt, de vriendschap met één van beiden of met allebei.
In het gezelschap bevonden zich vrij veel mensen, die geboortig zijn uit Limburg. Dat was te merken aan de speeches, de toespraken van de gasten, maar ook uit de voordracht van het stel zelf, die allebei geboren zijn in het dorp, waar ik ben opgegroeid. Met als gevolg, dat er een man was, die een twee minuten lang een verhaal vertelde in het Limburgs, eigenlijk om de schoonheid van het dialect te laten horen. Mijn vriendin zong een Limburgs lied en in het verhaal over hun levensloop speelt de zuidelijke provincie best wel een rol. En dat terwijl bijna alle mensen op dit feest in de noordelijker provincies wonen en werken of gewerkt hebben net zoals ik.

En dat vond ik nou zo fantastisch aan dit feest. Ik ken de chauvinistische Limburger als geen ander. Daar heb ik een enorme hekel aan. Maar deze middag trof ik allemaal trotse Limburgers. Trots op hun afkomst, trots op hun dialect, trots op de Limburgse cultuur van vlaai, carnaval, het landschap en de bourgondische levensstijl. En trots is heel iets anders dan chauvinistisch.

Veel Limburgers trokken weg uit Limburg om te gaan studeren. Vaak bleef men dan hangen in de noordelijker provincies en bouwde daar een woon-werk-wereld op. De mensen die ik sprak hadden een soortgelijke ervaring als ik. Men was blij om weg te kunnen uit dat overwegend katholieke, chauvinistische zuiden. Men had ook een prima leven op de nieuwe plek, maar men kon toch op zijn tijd naar Limburg terugverlangen. Was het niet omdat je nergens zo mooi kunt wandelen als in Zuid-Limburg, je nergens zo’n lekkere verse vlaai eet, Carnaval vieren nergens leuker is dan daar, enz. En bij dat verlangen zit een gezonde waardering. Dat is het verschil met chauvinisme: je bent blij met je herkomst, maar je waardeert andere regio’s of mensen van buitenaf net zo goed. Daarbij heb je ook een realistische kijk en kunt goed de schoonheid en de nadelen zien van de provincie. En zo zit het precies bij mij ook met mijn gevoel voor het Zuiden. Het voelde als thuiskomen in dit gezelschap, een fijne ervaring.

De partner van onze oudste ontvluchtte ooit het dorp waar ze opgroeide naar Amsterdam, maar kwam voor de liefde weer terug nao ut zuuje. Gelukkig maar, want nu ben ik oma 😀
LikeGeliked door 1 persoon
Roots zijn zo belangrijk. Mooi dat ze die lieten horen
LikeLike
Ik wou dat ik trots kon zijn op mijn vaderland 😉 maar dat kan ik echt niet. Maar het verlangen ernaar, hoewel ik inmiddels geworteld ben in Alkmaar, dat blijft…
LikeLike
hier een trotse Limburger, die zich even moest afvragen waar de grens ligt tussen liefde voor en chauvinisme!
Naast Limburger voel ik me Hollander. Ik woon hier langer dan ik ooit in Limburg woonde. Maar pas als de slager eindelijk zijn zegeltjes deelt met mij, voordat hij vraagt of ik hier op vakantie ben, ben ik een ECHTE. 😂
En iedere keer als ik op de A2 het bord passeer ‘de Limburgers heten u welkom’, denk ik ‘thuis’. Ik wil eigenlijk net zo’n bord als ik Noord-Holland inrij …
Groet, Fieke
LikeLike