In Haarlem zat ik op de trein naar Overveen te wachten. Mijn blik werd direct getrokken naar die prachtige stationsgebouwen.

Ik was op weg naar Overveen, waar ik ging wandelen met een groep mensen van de Wandelsite. Meteen buiten het station zagen we al, dat dit een welgesteld dorp is. Leuk om die mooie huizen en bijzondere bouwwerken al wandelend te bekijken, zoals een soort watertoren en de poort van het Joods kerkhof.



Al gauw lieten we de bebouwing achter ons en zette ons achttallig groepje koers richting het binnenduin.


Het hoge duin, dat een prachtig bos is, lag op onze route. Eerst was het pittig klimmen en dat werd beloond met een afdaling.




Het was een heerlijke dag. De zon scheen weldadig. Bij iedereen ging er wel een laagje kleding uit, zeker na de klimpartij.

We passeerden landgoed Duinlust


Kraantje Lek werd onze koffiestop. Deze horeca-gelegenheid is hier een begrip. Het is dan ook al herberg sinds 1739, een historische plek dus. Ik was er nog nooit geweest. En wie had gedacht, dat we daar eind oktober nog buiten op het terras in de zon konden zitten. Weldadig! Er staat een monument van een oude boom, waar de kinderen vroeger heerlijk in konden klimmen.






Uitgerust en wel trokken we verder langs landgoed Koningshof,



richting buitenplaats Elswout. Hier namen we de toegangspoort om een rondwandeling over dit landgoed te maken. In de herfst is het hier inderdaad extra mooi.







Er zijn prachtige waterpartijen



en bijzondere mossoorten te vinden en in het voorjaar bloeien hier stinzenplanten.


Bruggetjes zijn er in alle soorten en maten.



Er staan diverse historische gebouwen op het landgoed, zoals de orangerie, ontworpen als winteropslag voor exotische planten, Nu kun je er een feestje geven.


Huis Elswout, het hoofdgebouw is, evenals de orangerie ontworpen in de 19e eeuw (rond 1882) door architect Constantijn Muysken in opdracht van de familie Borski. Ze werden gebouwd in neorenaissance-stijl. Het huis bleef lange tijd onvoltooid en is nu in private handen als kantoorpand.


Weer buiten het landgoed wees een houtsnijwerk ons de weg naar de Stinkende Emmer, een restaurant, dat tegenwoordig ”t Wapen van Kennemerland’ heet. Misschien een attractievere naam, maar ik vind de oude naam leuker, ook vanuit historisch perspectief: De stinkende emmer is de naam, die dit café een paar eeuwen geleden in de volksmond had. Dat kwam, omdat de mensen in deze streek hier vroeger leefden van de visvangst. De vissersvrouwen sjouwden de vis vanaf de boten aan zee richting de stad. Met zo’n zware vracht moesten ze halverwege wel uitrusten en dat was hier. Ze zetten de emmers met vis dan buiten neer en dronken binnen wat. Al die emmers konden een niet zo lekkere lucht verspreiden. Zodoende.


En zo waren we Overveen weer genaderd. Een dorp waar het goed wonen is aan de statige huizen te zien.



Op het station scheiden onze wegen weer na een genoeglijke wandeldag.

Prachtig rondje!
LikeLike
Daar valt heel veel te zien.
LikeLike
Leuk. Bij Elswout was ik eens. Prachtig om via je blog terug te keren.
LikeLike